Eindelijk is er duidelijkheid voor alle rijksambtenaren die bij een reorganisatie boventallig worden verklaard. Op 28 juni 2017 hebben de Minister van BZK en de vakbonden de overeenkomst “VWNW-beleid en WW-dossier” getekend. Een van de belangrijkste afspraken die partijen hebben gemaakt, is dat er vanaf 1 januari 2018 een structureel (en gewijzigd) Van Werk naar Werk (VWNW)-beleid van toepassing wordt binnen het Rijk. Daarnaast zal er ook flink aan de bovenwettelijke aanspraken van rijksambtenaren gesleuteld worden. Wat er precies gaat veranderen lees je in dit blog.

Het Van Werk Naar Werk-beleid

Het rijksbrede VWNW-beleid biedt in geval van reorganisaties regelingen en voorzieningen om – zoals de naam al doet vermoeden – een ambtenaar naar ander werk te begeleiden. Het huidige VWNW-beleid loopt op 1 januari 2018 af.

Dit was in 2016 al reden voor de minister en de vakbonden om met elkaar om de tafel te gaan en te bekijken of er meer structurele afspraken over het VWNW-beleid gemaakt konden worden. Omdat partijen van mening waren dat er een belangrijk verband is tussen het VWNW-beleid en de (bovenwettelijke) aanspraken van ambtenaren na ontslag, hebben partijen ook gelijk het zogenoemde “WW-dossier” betrokken bij de onderhandelingen. Op 28 juni 2017 hebben partijen een akkoord bereikt: het VWNW-beleid wordt gewijzigd en structureel gemaakt en de bovenwettelijke aanspraken van ontslagen rijksambtenaren worden versoberd.

Een structureel VWNW-beleid

Het nieuwe VWNW-beleid focust zich met name op de ambtenaren die bij reorganisaties het vinden van ander werk het meest nodig hebben (de ambtenaren zonder vervangende inkomstenbron). De ambitie van partijen is om het personeelsbeleid binnen het Rijk meer te richten op duurzame inzetbaarheid waardoor begeleiden naar ander werk naar verwachting minder tijd en geld zal kosten.

Afspraken over het VWNW-beleid

Een kort overzicht van de belangrijkste afspraken die partijen hebben gemaakt over het VWNW-beleid:

  • Bij het vaststellen van overtolligheid zullen de ambtenaren die recht hebben op een AOW-uitkering als eerste moeten vertrekken. Dit is in lijn met de nieuwe beleidsregels van het UWV.
  • De vrijwillige VWNW-fase wordt voortaan aangeduid als de voorbereidende VWNW-fase. De maatwerkfase wordt vanaf nu afrondende fase genoemd.
  • Er is niet langer een (gedetailleerde) contourenschets nodig voor het instellen van de voorbereidende fase, maar er kan worden volstaan met een globale omschrijving van de nieuwe organisatie. Idee is om de voorbereidende fase op die manier sneller en makkelijker te laten aanvangen.
  • Er komt een interdepartementale pilot met een zogenoemde remplaçantenmakelaar. Deze makelaar gaat matches maken tussen verplichte VWNW-kandidaten en (niet-overtollige) rijksambtenaren die plaats willen maken voor de verplichte VWNW-kandidaten. De vraag is of de makelaar het verschil gaat maken, want er wordt nog maar weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te remplaceren.
  • De overlegverplichting in artikel 49t van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) wordt uitgebreid met een afspraak over de inzet van de vakbonden bij de voorlichting en begeleiding van medewerkers.
  • Indien specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven, mag er voor bepaalde groepen personeel worden afgeweken van het VWNW-beleid.
  • Voor de peildatum voor afspiegeling wordt de datum van vaststelling van het reorganisatiebesluit gekozen.
  • De stimuleringspremie (een voorziening als een VWNW-kandidaat afziet van zijn aanspraak op het begeleidingstraject en voorzieningen) wordt vanaf 1 januari 2018 gelijk aan de hoogte van de maximale transitievergoeding.
  • Bij outsourcing kunnen ambtenaren er niet meer voor kiezen om hun werk niet te volgen.

Hoofdstuk VIIbis van het ARAR zal met deze afspraken (in gewijzigde vorm) structureel in het ARAR worden opgenomen.

Het WW-dossier

In de overeenkomst “VWNW-beleid en WW-dossier” wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op (hoogstwaarschijnlijk) 1 januari 2020. Vastgesteld wordt dat het gevolg van de Wnra is dat de transitievergoeding ook op rijksambtenaren van toepassing wordt. Dat zou betekenen dat ontslagen ambtenaren vanaf 1 januari 2020 aanspraak kunnen maken op én de transitievergoeding én de bovenwettelijke uitkeringen. Dat werd door beide partijen niet wenselijk geacht. Partijen hebben daarom afgesproken dat vanaf het moment dat de transitievergoeding van toepassing wordt er in plaats van de bovenwettelijke uitkering een nieuwe aanvulling op de werkloosheidsuitkering geïntroduceerd wordt.

De belangrijkste afspraken die partijen in het kader van het WW-dossier hebben gemaakt zijn:

  • De WW wordt qua opbouw en duur volledig gerepareerd waardoor de totale uitkeringsduur weer uitkomt op 38 maanden (in plaats van de huidige 24 maanden).
  • De (nieuwe) aanvullende uitkering bestaat uit een driejarige uitkering en een transitievergoeding. De transitievergoeding bedraagt op dit moment maximaal € 77.000,-.
  • De uitkering bedraagt in de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van het salaris.

De komende maanden zal gebruikt worden om het ARAR en de betreffende wetten aan te passen.

Bron: Circulaire uitvoering overeenkomst VWNW-beleid en WW-dossier sector Rijk

Share This