De Minister van BZK is dit jaar gestart met de tweede wetsevaluatie van de Wet normering topinkomens (“WNT”). Het doel van deze wetsevaluatie is de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de neveneffecten van de WNT in kaart te brengen. In 2020 hoopt de minister een antwoord te hebben op de vraag of als gevolg van de WNT, de bezoldigingen en de ontslagvergoedingen van topfunctionarissen binnen de WNT-maxima blijven en openbaar worden gemaakt.

Waarom een wetsevaluatie?

Voor de minister en het parlement is een wetsevaluatie een belangrijk instrument om het gevoerde beleid te toetsen. De uitkomsten van een wetsevaluatie kunnen voor de minister aanleiding zijn om een wet te herzien of om andere beleidsmaatregelen te treffen.

Eerste wetsevaluatie van de WNT in 2015

In 2015 heeft de eerste wetsevaluatie plaatsgevonden. De WNT was toen nog maar relatief kort van kracht. De belangrijkste conclusie van de eerste wetsevaluatie was dat de WNT doeltreffend is bij het tegengaan van bovenmatige bezoldigingen in de publieke sector. Ook werd duidelijk dat nog veel verbeteringen mogelijk waren. Het resultaat van de eerste wetsevaluatie was de Evaluatiewet WNT.

De tweede wetsevaluatie van de WNT in 3 fasen

De tweede wetsevaluatie gaat over de periode van 2015 tot en met 2020. De wetsevaluatie bestaat uit drie fasen:

  • De verkenningsfase (maart tot oktober 2018);
  • De onderzoeksfase (september 2018 tot juli 2020);
  • De rapportagefase (juli 2020 tot uiterlijk december 2020).

De verkenningsfase

De verkenningsfase is net afgerond. In de verkenningsfase heeft de minister onder meer met experts (wetenschappers), stakeholders (WNT-instellingen, toezichthouders, advocatenkantoren en brancheorganisaties) en executive search bureaus (werving & selectie topfunctionarissen) gesproken.

De onderzoeksfase

De onderzoeksfase is net gestart. In de onderzoeksfase worden drie hoofdvragen onderzocht:

  1. In hoeverre worden de doelstellingen van de WNT bereikt?
  2. In hoeverre zijn er mogelijkheden om de doelstellingen van de WNT te bereiken tegen lagere kosten?
  3. Welke effecten heeft de WNT, anders dan de beoogde effecten, voor WNT-instellingen en topfunctionarissen?
Ad 1) Doeltreffendheid

De eerste vraag is een vraag naar de doeltreffendheid van de WNT. De doelstellingen van de WNT zijn het maximeren en openbaar maken van bovenmatige bezoldigingen en ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Aan de hand van dataverzameling en –analyse wordt onderzocht of de bezoldigingen en de ontslagvergoedingen van de topfunctionarissen in de afgelopen jaren binnen de gestelde maxima zijn gebleven en of deze ook openbaar zijn gemaakt. Ook wordt onderzocht of de betreffende bepalingen in de WNT voor instellingen wel praktisch uitvoerbaar zijn.

Ad 2) Doelmatigheid

De tweede vraag is een vraag naar de doelmatigheid van de WNT. De minister ontvangt met enige regelmaat suggesties om de uitvoering van de WNT te vereenvoudigen en daarmee de doelmatigheid te vergroten. Tegelijkertijd geven WNT-instellingen aan dat zij baat hebben bij stabiliteit en een tijd zonder wijzigingen van de wet- en regelgeving. Met deze wetsevaluatie wordt onderzocht of en op welke wijze de uitvoering van de WNT te vereenvoudigen is en/of goedkoper te maken is. Een van de vragen is of het bezoldigingsbegrip vereenvoudigd kan worden. Als de wetsevaluatie daartoe aanleiding geeft, is de minister bereid om de WNT (weer) te wijzigen. Voor de beantwoording van deze tweede vraag zal met name gebruik worden gemaakt van de kennis en ervaring bij de WNT-instellingen en de accountants zelf.

Ad 3) Neveneffecten

Met de derde vraag wordt geprobeerd inzicht te krijgen in de effecten die (mogelijk) zijn veroorzaakt door de WNT zonder dat zij beoogd zijn. Een mogelijk neveneffect is bijvoorbeeld het ontstaan van arrangementen in de sfeer van secundaire arbeidsvoorwaarden voor topfunctionarissen die dicht tegen de maximale bezoldigingsnorm zitten.

Het onderzoek zal zich richten op vijf factoren:

  • het loongebouw van de WNT-instelling (verschillen in salaris tussen de top en de subtop van de WNT-instelling);
  • de arbeidsmobiliteit van de topfunctionaris binnen de publieke sector en van de publieke naar de private sector;
  • de omvang en de samenstelling van de besturen van de WNT-instellingen;
  • de kwaliteit van bestuurders bij de WNT-instellingen;
  • de salarisverschillen tussen de private en publieke sector.

Vervolgens wordt gekeken naar de mechanismen binnen WNT-instellingen bij het werven, selecteren, belonen en behouden dan wel uitstromen van topfunctionarissen. Daarbij wordt ook gekeken naar wat topfunctionarissen motiveert of drijft en de rol van de (normering van) topinkomens daarin. De minister is van plan om in dit kader een ideeënwedstrijd te houden.

De rapportagefase

De laatste fase is de rapportagefase. Tijdens deze fase wordt het kabinetsstandpunt geformuleerd en worden de te nemen maatregelen aangekondigd.

Op de hoogte blijven?

De planning is dat de tweede wetsevaluatie in 2020 is afgerond. Tot die tijd houdt de minister de Tweede Kamer op de hoogte met voortgangsrapportages. Mocht ik in die voortgangsrapportages interessante ontwikkelingen tegenkomen, dan zal ik daar uiteraard weer een blog aan wijden.

Voor nu is met name interessant hoe de minister opvolging gaat geven aan de eerder verstuurde brief aan de Kamer van 22 februari 2018 over ontwijkingsconstructies binnen de WNT.

you're currently offline

Share This