Home Kennis Wat betekenen het nieuwe pensioencontract en de afschaffing van de doorsneesystematiek voor u als werkgever?

Wat betekenen het nieuwe pensioencontract en de afschaffing van de doorsneesystematiek voor u als werkgever?

3 juli 2019

Het pensioenakkoord is een feit, en daarmee kunnen concrete stappen worden gezet naar de vernieuwing van ons huidige pensioenstelsel. De bedoeling is dat het nieuwe stelsel vanaf 2022 in werking treedt.

In zijn brief aan de Tweede Kamer van 5 juni 2019, waarin minister Koolmees het (toen nog) principeakkoord toelichtte, noemt hij een aantal keer het nieuwe pensioencontract. In dit blog meer over wat het nieuwe pensioencontract en de afschaffing van de doorsneesystematiek voor u als werkgever betekenen.

Het nieuwe pensioencontract

Onder de noemer van een “nieuw pensioencontract” gaan er nogal wat zaken veranderen. Veel van die zaken worden komende periode door de sociale partners nader uitgewerkt. Over de finesses van het nieuwe pensioencontract en de exacte gevolgen voor de pensioenopbouw is nu nog niet veel te zeggen. Het kabinet zal in de komende maanden een stuurgroep instellen, die verantwoordelijk wordt voor de nadere uitwerking van het pensioenakkoord. In de stuurgroep zullen vertegenwoordigers van het kabinet en de sociale partners zitting krijgen. Ook worden pensioenuitvoerders, toezichthouders en onafhankelijke externe deskundigen bij de uitwerking worden betrokken.

De hoofdlijnen van het nieuwe pensioencontract

Premieregeling

Vast staat dat het nieuwe pensioencontract een premieregeling wordt. Bij een premieregeling staat alleen de ingelegde premie van tevoren vast, en weet een werknemer pas op het moment dat hij met pensioen gaat hoeveel pensioen hij daar precies voor krijgt. Dit is wezenlijk anders dan bij een middelloonregeling, waarbij de hoogte van het pensioen van tevoren vaststaat, en is gebaseerd op een percentage van het gemiddeld verdiende loon tijdens iemands gehele loopbaan.

Leeftijdsonafhankelijke premie en afschaffing doorsneesystematiek

Het uitgangspunt van het nieuwe pensioencontract is een leeftijdsonafhankelijke premie, met daarbij een opbouw die past bij de betaalde premie. Dit wordt aangeduid met het begrip degressieve pensioenopbouw. Degressieve opbouw komt erop neer dat hoe jonger de deelnemer, is, hoe hoger in principe de pensioenopbouw. De ingelegde premie kan immers langer renderen dan bij een oudere deelnemer.

Het voorgaande betekent dat de doorsneepremiesystematiek, die nu moet worden gehanteerd door verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen, wordt afgeschaft. Bij een doorsneepremiesystematiek betalen werkgevers en werknemers binnen dezelfde pensioenregeling hetzelfde premiepercentage. Ook krijgen werknemers voor iedere ingelegde euro aan premie dezelfde pensioenopbouw, ongeacht hun leeftijd. Omdat de ingelegde pensioenpremies van jongere werknemers veel langer renderen dan die van oudere werknemers, kan daar verhoudingsgewijs meer pensioen mee worden opgebouwd. Het opgebouwde pensioen is echter hetzelfde voor een oudere of jongere werknemer. Feitelijk gezien betaalt een jongere werknemer dus te veel premie, en een oudere werknemer te weinig. Anders gezegd: een deel van de ingelegde premie van een jongere werknemer gaat naar de pensioenopbouw van de oudere werknemer. Er wordt ook wel gezegd dat de jongere werknemers de oudere werknemers subsidiëren.

Het afschaffen van de doorsneesystematiek heeft financieel nadelige gevolgen voor bepaalde groepen werknemers die op dit moment op basis van deze systematiek pensioen opbouwen. Werknemers van rond de 45 jaar ondervinden het meeste nadeel. Werknemers dienen voor het nadeel dat de afschaffing van de doorsneesystematiek veroorzaakt te worden gecompenseerd. Minister Koolmees geeft in zijn brief van 5 juni 2019 aan dat werkgevers verplicht worden een transitieplan op te stellen voor de overgang van de doorsneesystematiek naar het nieuwe pensioencontract. Dit transitieplan moet worden afgestemd met de vakbonden, de ondernemingsraad en het pensioenfondsbestuur, aldus de minister.

In hoeverre een werkgever, naast de vakbonden, ook (nog) de ondernemingsraad moet betrekken, zal afhangen van de wijze waarop het transitieplan wordt vormgegeven.

Fiscaal kader voor alle pensioenregelingen gelijk

In zijn brief aan het kabinet van 5 juni 2019 geeft minister Koolmees aan dat het fiscale kader voor alle pensioenregelingen gelijk wordt. Er gaat een uniforme leeftijdsonafhankelijke premiegrens gelden voor iedereen, waarbij de hoogte zodanig zal zijn dat een adequate pensioenopbouw wordt gefaciliteerd. Het nieuwe fiscale kader geldt dus niet alleen voor het nieuwe pensioencontract, maar voor alle pensioenregelingen.

Het nieuwe pensioencontract en wijzigingen in het fiscaal kader leiden tot wijzigingen van bestaande pensioenregelingen

Als gevolg van het pensioenakkoord zullen veel bestaande pensioenregelingen (moeten) wijzigen. Voor wijzigingen van pensioenregelingen gelden spelregels die u als werkgever moet volgen.

Wat moet u als werkgever doen indien….

…uw werknemers pensioen opbouwen bij een (verplicht gesteld) bedrijfstakpensioenfonds?

Ongeveer 80% van de beroepsbevolking bouwt pensioen op bij een (verplicht gesteld) bedrijfstakpensioenfonds. Als uw werknemers onder deze groep vallen, geldt het volgende.

Wijzigingen van pensioenreglementen (deze reglementen bevatten de inhoud van de pensioenregeling) die worden uitgevoerd door bedrijfstakpensioenfondsen behoren tot het domein van de sociale partners. Als werkgever kunt u invloed uitoefenen op de wijzigingen via uw lidmaatschap van een werkgeversvereniging. De ondernemingsraad heeft geen instemmingsrecht ten aanzien van wijzigingen in een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds. Als de wijzigingen zijn doorgevoerd, zullen deze rechtstreeks gaan gelden voor werknemers die onder de reikwijdte van het verplichtstellingsbesluit vallen en/of via een cao die op hen van toepassing is deelnemen in het bedrijfstakpensioenfonds.

…het pensioen van uw werknemers is ondergebracht bij een ondernemingspensioenfonds of verzekeraar

Op grond van artikel 27 WOR heeft een ondernemingsraad een instemmingsrecht ten aanzien van iedere wijziging van een pensioenovereenkomst. Of de pensioenovereenkomst wordt uitgevoerd door een ondernemingsraad of verzekeraar, maakt daarbij niet uit. Omdat ook bestaande pensioenregelingen zullen wijzigen als gevolg van het pensioenakkoord, dient de ondernemingsraad op enig moment om instemming te worden gevraagd. Dat kan anders zijn indien over pensioen afspraken zijn gemaakt in een cao.

Indien de ondernemingsraad instemt met de voorgestelde wijzigingen, moet vervolgens worden gekeken of uw werknemers rechtstreeks gebonden zijn aan deze instemming.

Meer weten?

Wilt u meer weten over wat het pensioenakkoord voor u als werkgever betekent? Meld u dan aan voor ons ontbijtseminar op donderdag 11 juli 2019. Daarnaast zullen wij op deze website in verschillende blogs nader ingaan op het pensioenakkoord.

Deel dit artikel via LinkedIn en e-mail