Op 14 mei 2019 heeft de Eerste Kamer het initiatiefvoorstel Wet zorgplicht kinderarbeid (hierna: de wet) van Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) aangenomen. Met deze wet is de eerste Nederlandse wetgeving op het gebied van Business and Human Rights een feit. In dit blog bespreek ik wat Business and Human Rights is en neem ik deze nieuwe wet onder de loep.

 

Wat is Business and Human Rights?

Business and Human Rights, vaak in één adem genoemd met het meer omvattende ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’, gaat in essentie over alle negatieve effecten die bedrijven kunnen hebben op de wereld. Hierbij kan worden gedacht aan het dumpen van chemisch afval in rivieren waar mensen drinkwater vandaan halen of het zonder instemming aanleggen van een pijplijn op het grondgebied van inheemse volkeren. Op het gebied van het arbeidsrecht kan men denken aan kwesties als kinderarbeid, leefbaar loon en veilige werkomstandigheden. Van dit laatste is Rana Plaza een bekend voorbeeld, de textielfabriek van acht verdiepingen in Bangladesh die op 24 april 2013 instortte. Door de veronachtzaming van een veilige werkomgeving zijn daarbij meer dan duizend mensen om het leven gekomen en raakten meer dan tweeduizend mensen gewond.

Eén van de oorzaken van dit soort tragische gebeurtenissen is dat bedrijven vaak geen zicht hebben (of willen hebben) op de gehele productieketen (hierna: supply chain). Het inzichtelijk maken van de gehele supply chain kan lastig zijn: aannemers maken vaak gebruik van onderaannemers waardoor het onduidelijk is waar de producten vandaan komen en onder welke omstandigheden ze zijn geproduceerd. Daardoor is het goed mogelijk dat ergens in de supply chain producten bijvoorbeeld worden gefabriceerd door middel van kinderarbeid.

Een andere oorzaak is dat mensenrechten van oudsher als een onderwerp voor de Staat worden beschouwd. De meeste regelgeving op dit gebied ziet dan ook op de verplichtingen van staten. Vanuit die achtergrond is er nog geen internationaal bindende regelgeving op grond waarvan bedrijven genoodzaakt worden om dit soort kwesties in kaart te brengen en – indien mogelijk – te ondervangen. Verschillende landen hebben daarom het heft in eigen hand genomen. Frankrijk en Engeland hebben dit bijvoorbeeld in de vorm van wetgeving gedaan (Devoir de Vigilance en Modern Slavery Act). In Nederland heeft men geprobeerd deze leemte te ondervangen door convenanten voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen overeen te komen tussen bedrijven, overheid, vakbonden en maatschappelijke organisaties. Deze convenanten hebben betrekking op verschillende sectoren, zoals kleding en textiel, voedingsmiddelen en goud. Bedrijven kunnen zelf kiezen of ze zich bij een van de convenanten aansluiten.

Met het aannemen van de Wet zorgplicht kinderarbeid door de Eerste Kamer op 14 mei 2019 is het in acht nemen van mensenrechten voor het bedrijfsleven opererend in Nederland niet langer (geheel) vrijwillig.

 

Wat houdt de Wet zorgplicht kinderarbeid in?

De wet in bullet points:

  • De wet introduceert de verplichting voor ondernemingen om door middel van due diligence te onderzoeken of er een redelijk vermoeden bestaat dat te leveren goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Het onderzoek moet zien op de gehele supply chain;
  • Alle ondernemingen die goederen en diensten leveren aan de Nederlandse markt vallen onder de werking van de wet, dus ook buitenlandse ondernemingen en ondernemingen die alleen online opereren;
  • Indien er een redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van kinderarbeid in de supply chain, dient de onderneming een plan van aanpak op te stellen en uit te voeren. De eisen aan dit onderzoek en het plan van aanpak zullen bij Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AMvB) worden vastgesteld. Indien de onderneming hieraan voldoet wordt ‘gepaste zorgvuldigheid betracht’;
  • Het partij zijn bij een van de Nederlandse Internationaal Verantwoord Ondernemen Convenanten levert een vermoeden op dat ‘gepaste zorgvuldigheid’ wordt betracht;
  • Ondernemingen moeten verklaren dat zij de ‘gepaste zorgvuldigheid betrachten’ om te voorkomen dat de goederen of diensten met behulp van kinderarbeid tot stand komen en deze verklaring in het handelsregister inschrijven en aan de toezichthouder sturen;
  • Bij AMvB wordt een toezichthouder in het leven geroepen om toezicht te houden op de naleving van de wet. De toezichthouder publiceert de verklaring van ondernemingen op de website van de toezichthouder en in een openbaar register;
  • Ieder natuurlijk persoon of rechtspersoon wiens belangen geraakt worden door het doen of laten van een onderneming bij het niet naleven van de wet kan een klacht indienen bij de toezichthouder;
  • Sancties op het niet naleven van deze wet zijn verstrekkend. De toezichthouder dient bij een gegronde klacht eerst een bindende aanwijzing te geven. Vervolgens kan de toezichthouder een bestuurlijke boete opleggen. Indien een onderneming meerdere keren in vijf jaar is beboet onder feitelijk leiding van eenzelfde bestuurder, kan de bestuurder ook strafrechtelijk worden vervolgd;
  • De wet zal op een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip in werking treden, maar niet eerder dan 1 januari 2020.

Het is afwachten wat de impact van de wet zal zijn. Eén ding is zeker, het is een belangrijke stap voor de Nederlandse wereld van Business and Human Rights.

Bron: Initiatiefvoorstel-Kuiken Wet zorgplicht kinderarbeid, Kst. 34.506

Share This