Vrijwel iedere werkgever in Nederland heeft te maken met een vorm van medezeggenschap: een ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of personeelsvergadering. De medezeggenschap zorgt ervoor dat werknemers worden betrokken bij besluiten die in de onderneming worden genomen. De spelregels hiervoor staan in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Om op te frissen hoe het ook alweer zit met het medezeggenschapsrecht, staan wij in een blogreeks stil bij de verschillende aspecten hiervan. Eerder schreven wij over de vraag wanneer een ondernemer verplicht is een ondernemingsraad in te stellen en behandelden wij het advies- en instemmingsrecht. In dit blog staat het ‘primaat van de politiek’ centraal.

De overheidswerkgever

In 1995 is de WOR van toepassing verklaard op de overheid. De achterliggende gedachte was dat de overheid zoveel mogelijk aan dezelfde medezeggenschapsregels dient te worden onderworpen als de marktsector. In de WOR zijn toen wel bijzondere bepalingen opgenomen voor ondernemingsraden bij de overheid met het oog op het politieke karakter van bepaalde besluitvorming.

Primaat van de politiek

Deze bijzondere regeling betreft het ‘primaat van de politiek’ en ligt vast in artikel 46d onder b WOR. Deze regeling houdt in dat besluiten over

  1. de publiekrechtelijke vaststelling van taken van publiekrechtelijke lichamen en onderdelen daarvan,
  2. het beleid ten aanzien van die taken en
  3. de uitvoering van die taken

zijn uitgesloten van het in artikel 23 WOR omschreven overlegrecht. Deze besluiten worden ook wel ‘politieke besluiten’ genoemd.

Uit het stelsel van de WOR volgt dat politieke besluiten niet alleen van het overlegrecht zijn uitgezonderd, maar ook van het in artikel 25 WOR neergelegde adviesrecht van de ondernemingsraad, het in artikel 26 WOR omschreven beroepsrecht en het in artikel 27 WOR vervatte instemmingsrecht, waar wij in eerdere blogs over hebben geschreven.

Wat zijn (voorbeelden van) politieke besluiten?

Met deze regeling wordt voorkomen dat een democratisch gekozen lichaam eerst de medezeggenschap zou moeten raadplegen alvorens een besluit te kunnen nemen, maar ook om te voorkomen dat besluiten van democratische organen in het kader van het beroepsrecht in de WOR in aanmerking komen voor toetsing door de rechter. Tegen die achtergrond geeft de Hoge Raad een ruime uitleg aan deze bepaling.

Welk (soort) orgaan

Vanzelfsprekend vallen onder het politieke primaat besluiten die zijn genomen door democratische organen met (mede-)wetgevende bevoegdheid (zoals de Staten-Generaal, Provinciale Staten en gemeenteraden). Daarnaast kunnen echter ook besluiten van democratisch gecontroleerde overheidsorganen, zoals organen van de uitvoerende macht, onder het primaat van de politiek vallen. Daarbij kan worden gedacht aan besluiten van ministers en gemeentebesturen, maar ook aan besluiten van bijvoorbeeld het College van procureurs-generaal.

Aard van het betrokken besluit

Het is verder niet alleen van belang welk (soort) orgaan het besluit heeft genomen, maar ook wat de aard is van het betrokken besluit. Een besluit dat als zodanig van dien aard is dat het een politieke afweging vergt van de daaraan verbonden voor- en nadelen, zoals bijvoorbeeld een besluit met financiële gevolgen voor de overheidsbegroting, is aan het adviesrecht van de ondernemingsraad onttrokken. Het besluit moet, met andere woorden, nopen tot politieke afwegingen en keuzes.

In de rechtspraak zijn onder meer de volgende besluiten als politieke besluiten aangemerkt:

  • het besluit om te investeren in een zwembad, omdat het de begroting van een publiek orgaan raakte en dus onderwerp was van een politieke afweging;
  • het besluit om de ZSM-afdeling van de politie te verhuizen van Eindhoven naar Den Bosch, omdat de locatie waar het ZSM-beleid wordt uitgevoerd zodanig verbonden is met de inhoud en uitvoering van dat beleid, dat het moet worden gezien als een essentieel onderdeel van dat beleid;
  • het besluit tot oprichting van een gezamenlijke salarisverwerking voor de ministeries, omdat dit besluit betrekking heeft op (onderdelen van) het HRM-beleid van de verschillende ministeries, een beleid waarvan de uitvoering – mede gelet op de Compatibiliteitswet 2001 – geacht moet worden te behoren tot de aan die ministeries toebedeelde taken.

Uitzondering: personele gevolgen van het politieke besluit

Aan de ondernemingsraad komt wél advies- en beroepsrecht toe over besluiten die de personele gevolgen regelen van aangelegenheden die onder het politieke primaat vallen. Dit wordt de uitzondering (wel adviesrecht over, kort gezegd, de personele gevolgen) op de uitzondering (geen adviesrecht wegens, kort gezegd, het primaat van de politiek) genoemd. Deze besluiten moeten dan wel in het bijzonder gericht zijn op het regelen van personele gevolgen. Besluiten waaraan personele gevolgen inherent zijn, maar die niet in het bijzonder strekken tot regeling van die gevolgen, vallen dus niet onder de uitzondering op de uitzondering. Vaak blijkt dit uit de inhoud en toelichting van het besluit. Is daarin bepaald dat de personele gevolgen van een politiek besluit in een later stadium hun beslag zullen krijgen, dan heeft het besluit (waarschijnlijk) alleen inherente personele gevolgen.

Tot slot

Het is vaak niet eenvoudig om vast te stellen of sprake is van een politiek besluit en of het besluit strekt tot het regelen van personele gevolgen. Het belang van die vraag is echter wel groot, nu een besluit dat onder het primaat van de politiek valt aan medezeggenschap is onttrokken. Genoeg reden dus om daar kritisch naar te kijken. Als u behoefte heeft aan een sparring partner, dan staat ons team graag voor u klaar.

Meer lezen over medezeggenschap? Lees hier de andere delen van dit vierluik:

 

Share This