Op 6 oktober 2016 heeft de Tweede Kamer het voorstel voor de Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak besproken. In deze wet is sprake van een herstructurering van de hoogste bestuursrechtelijke colleges.  Volgens initiatiefnemers ministers Van der Steur (V&J) en Plasterk (BZK) is voor het vertrouwen in de rechtspraak van belang dat deze doorzichtig en eenvoudig is georganiseerd – wat op dit moment niet het geval is voor de bestuursrechtspraak.

Maar wat zijn nou eigenlijk de gevolgen van dit wetsvoorstel?

Huidige indeling bestuursrechtspraak

Bestuursrechtspraak in hoogste instantie is op dit moment ondergebracht bij vier verschillende rechterlijke colleges. De drie traditionele hoogste instanties in het bestuursrecht zijn de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Je kan bij de ABRvS terecht voor algemene bestuursrechtszaken, vreemdelingenzaken en omgevingsrecht. Je bent bij de CRvB aan het juiste adres als je zaak ziet op sociale verzekeringen, sociale voorzieningen en ambtenarenzaken. Het CBb behandelt zaken op het gebied van sociaal-economisch bestuursrecht. De vierde instantie, en vreemde eend in de bijt, is de hoogste civiele en strafrechter: de Hoge Raad (HR). De HR behandelt met name bestuursrechtelijke zaken die zien op fiscale geschillen. Daarnaast behandelt de HR in een aantal gevallen cassatiezaken die zijn ingesteld na uitspraak van de CRvB. Cassatie bij de HR is op dit moment beperkt tot zaken die zien op schending of verkeerde toepassing van regels met betrekking tot het loonbegrip of het verzekerdebegrip.

Waarom herstructurering van de bestuursrechtspraak?

De verdeling van de hoogste bestuursrechtspraak over vier instanties zorgt voor versnippering en een gebrek aan rechtseenheid. Bovendien is het onoverzichtelijk, want hoe weet de burger nou waar hij moet zijn?

Het concentreren van deze instanties in één bestuursrechtelijke instantie, zoals het regeerakkoord voorstelde, zou deze problemen oplossen. Bovendien zou het rechtsstatelijk gezien zuiverder zijn als de onafhankelijkheid van de ABRvS een extra waarborg zou krijgen met het oog op de adviserende rol van de Raad van State aan de regering. Het wetsvoorstel volgt echter niet de oplossing van het regeerakkoord – één bestuursrechtelijke instantie – maar kiest een andere route.

Wat staat er in het wetsvoorstel?

Het wetsvoorstel beoogt de volgende veranderingen:

  • De bestuursrechtspraak en de adviserende taak van de Raad van State worden nog beter gescheiden.
  • De CRvB en de CBb worden opgeheven.
  • De zaken van de CRvB worden ondergebracht bij de vier bestaande gerechtshoven.
  • De zaken van de CBb worden bij de ABRvS ondergebracht.
  • De cassatietaak van de Hoge Raad in zijn hoedanigheid van bestuursrechter wordt uitgebreid.

Wat houdt dit in voor de CRvB?

Voor iedereen werkzaam het sociale zekerheids- en ambtenarenrecht is de CRvB een vast bezoekadres. Dit adres dreigt met dit wetsvoorstel dus te verdwijnen. Maar wat zijn de gevolgen van het wetsvoorstel voor de zaken bij de CRvB? Dat zijn er twee:

  • Ten eerste stelt het wetsvoorstel voor om de zaken onder te brengen bij de vier bestaande gerechtshoven; dus bij de ‘gewone rechterlijke macht’. De gerechtshoven zullen allemaal de algehele huidige bevoegdheden van de CRvB verkrijgen – voor elke oude CRvB-zaak moet men in de toekomst dus naar één van de gerechtshoven. Bij welk gerechtshof je moet aankloppen wordt op grond van het wetsvoorstel voortaan bepaald op grond van de reguliere regels van de relatieve competentie.
  • Ten tweede staat er voor alle CRvB-zaken voortaan cassatie open bij de Hoge Raad, waardoor er een standaard extra toetsingsmogelijkheid wordt gecreëerd.

Hoe nu verder met het wetsvoorstel?

De Tweede Kamer heeft afgelopen donderdag kritisch gereageerd op het voorstel. De vraag die vooral werd opgeworpen was of dit wetsvoorstel de huidige problemen wel zal aanpakken. Ook de Raad van de Rechtspraak is niet overtuigd en noemt het huidige wetsvoorstel “een gemiste kans om de bestuursrechtspraak in hoogste instantie(s) in één keer goed te regelen“. De Raad heeft zelf in een position paper gepleit voor het onderbrengen van de ABRvS, CRvB en CBb in één nieuw, tot de rechterlijke macht behorend, bestuursrechtelijk college. Zowel vanuit de Tweede Kamer als vanuit de Raad wordt er dan ook aangedrongen op heroverweging van het wetsvoorstel. De regering geeft in de Memorie van Toelichting echter aan hier niet veel in te zien.

De regering zal nog schriftelijk reageren op twee amendementen. De Tweede Kamer zal op 25 oktober gaan stemmen over het wetsvoorstel en de moties. To be continued

Bronnen:

Share This