Een werkgever is verplicht een zieke werknemer een re-integratietraject aan te bieden. Wanneer de werkgever onvoldoende zorg besteedt aan de re-integratie van een zieke werknemer, kan het UWV de werkgever ‘bestraffen’ door hem te verplichten ook in het derde ziektejaar het loon van de werknemer door te betalen: de loonsanctie.
Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft een brief aan de kamer geschreven waarin hij aankondigt dat in bepaalde gevallen geen loonsanctie meer zal worden opgelegd. In welke gevallen zal de loonsanctie niet langer gelden?

De loonsanctie

Een zieke werknemer heeft gedurende twee jaar recht op (gedeeltelijke) doorbetaling van zijn loon door de werkgever. Tijdens deze eerste twee ziektejaren mag de werkgever de werknemer in beginsel niet ontslaan. Na twee jaar houdt dit ontslagverbod op. Indien het UWV van oordeel is dat de werkgever zich niet voldoende heeft ingespannen om de werknemer weer aan het werk te krijgen, kan het UWV de werkgever verplichten om nog maximaal één jaar het loon van de werknemer door te betalen. Gedurende dit jaar blijft ontslag onmogelijk. Deze ‘straf’, die het UWV kan opleggen, wordt ook wel de ‘loonsanctie’ genoemd.

Financiële prikkel

Het kabinet heeft de loonsanctie ingevoerd om werkgevers te stimuleren om samen met een zieke werknemer te werken aan zijn re-integratie. Tijdens de re-integratie moet de werkgever zijn best doen om de werknemer zijn werk te laten hervatten in zijn oorspronkelijke functie of in een functie elders binnen het bedrijf. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan is de werkgever verplicht om de werknemer te helpen met het vinden van een functie buiten zijn bedrijf. De loonsanctie stimuleert werkgevers om serieus werk te maken van de re-integratie. Volgens  Asscher is als gevolg van onder andere deze financiële prikkel de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen de afgelopen jaren enorm gedaald.

Zware last

Toch wil Asscher de loonsanctie afschaffen voor werkgevers die zich privaat hebben verzekerd tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid (zogenaamde eigenrisicodragers). Volgens Asscher legt de private verzekeraar al voldoende prikkels op aan de eigenrisicodrager om in geval van langdurige ziekte van een werknemer tot re-integratie over te gaan en is de loonsanctie een overbodig zware last. De verzekeraar heeft immers een eigen belang om de schadelast door voorspoedige re-integratie zo laag mogelijk te houden. Om deze reden zijn premies hoger wanneer werknemers vaak en lang ziek zijn. Ook bieden de meeste verzekeraars de werkgever ondersteuning bij de re-integratie.

UWV

Werkgevers die publiek bij het UWV zijn verzekerd, kunnen nog wel een loonsanctie opgelegd krijgen. Zij hebben volgens Asscher minder financiële prikkels om van de re-integratie van hun zieke werknemer een succes te maken. Wel kunnen publiek verzekerde werkgevers tegen betaling advies vragen aan het UWV over de re-integratie van zieke werknemers. Indien zij dit advies opvolgen, wordt geen loonsanctie opgelegd.

Ten slotte

In de afgelopen jaren heeft het kabinet een deel van de verantwoordelijkheid voor het omlaag brengen van de kosten van langdurige ziekte bij werkgevers gelegd in de vorm van een re-integratieverplichting. Dit wordt bereikt door de financiële prikkel van de loonsanctie, maar deze moet volgens Asscher  wel een doel dienen. Dit doel is volgens Asscher niet aanwezig bij privaat verzekerde werkgevers.

Om deze reden werkt de minister aan een wetsvoorstel om de loonsanctie voor deze groep werkgevers af te schaffen. Door het wegnemen van overbodige prikkels hoopt het kabinet deze groep (kleine) werkgevers te stimuleren om werknemers sneller in vaste dienst te nemen.

Bron: Kamerstuk 29 544, nr. 765

Share This