De Tweede Kamer heeft op 20 juni met een grote meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel Temporisering verhoging AOW-leeftijd. De temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd is onderdeel van het pensioenakkoord waarmee het kabinet en sociale partners onlangs instemden. Het wetsvoorstel is nodig om de AOW-leeftijd de komende jaren minder snel te laten stijgen. Door dit wetsvoorstel gaat de AOW-leeftijd pas in 2024 naar 67 jaar.

 

Waarom was aanpassing nodig?

In 2012 is met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd de vaste leeftijd van 65 jaar waarop op grond van de AOW recht op ouderdomspensioen ontstaat, losgelaten. In die wet is een stapsgewijze verhoging van de AOW–leeftijd naar 67 jaar en vervolgens de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting geïntroduceerd. In 2015 is met de Wet versnelling stapsgewijze verhoging AOW-leeftijd de stapsgewijze verhoging versneld.

Volgens het kabinet is de verhoging van de AOW-leeftijd noodzakelijk voor het borgen van de solidariteit tussen werkenden en niet-werkenden, tussen jongere en oudere generaties. In het wetsvoorstel Temporisering verhoging AOW-leeftijd is toegelicht dat de betaalbaarheid van collectieve voorzieningen al lange tijd onder druk staat door vergrijzing, ontgroening en een groeiende gemiddelde levensverwachting. Daarom is destijds gekozen voor een geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd.

Het kabinet constateert nu in het nieuwe wetsvoorstel dat er een inherente spanning is tussen enerzijds de noodzakelijke verhoging van de AOW-leeftijd uit het oogpunt van de financiële houdbaarheid en daarmee de solidariteit tussen generaties op de lange termijn en anderzijds oudere werknemers die binnen een betrekkelijk korte termijn met een verhoging van hun AOW-leeftijd worden geconfronteerd. De wetgeving over de verhoging AOW-leeftijd is tot stand gekomen ten tijde van de economische crisis. Nu de financieel-economische situatie is verbeterd en de effecten van de (versnelde) verhoging steeds tastbaarder worden, is met het wetsvoorstel besloten tot temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd.

 

AOW-leeftijd (pas) in 2024 op 67 jaar

Wat houdt het wetsvoorstel in? In de nieuwe opzet zal de pensioenleeftijd de aankomende twee jaar worden bevroren op 66 jaar en 4 maanden. Vervolgens zal deze doorstijgen naar 66 jaar en 7 maanden in 2022, 66 jaar en 10 maanden in 2023 en 67 jaar in 2024. Daarna blijft de AOW-leeftijd stijgen, maar minder snel dan de regering aanvankelijk wilde. Voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt, wordt de pensioenleeftijd met acht maanden verhoogd. In de oorspronkelijke plannen was dat een jaar langer werken voor elk jaar dat we gemiddeld langer leven. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar loopt daarmee niet meer één-op-één gelijk op.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de (verhoging van de) AOW-leeftijd tot en met 2025 inzichtelijk gemaakt.

JaarHuidige AOW-leeftijd Nieuwe AOW-leeftjd
201866 jaar66 jaar
201966 jaar en 4 maanden66 jaar en 4 maanden
202066 jaar en 8 maanden66 jaar en 4 maanden
202167 jaar66 jaar en 4 maanden
2022Gekoppeld aan de levensverwachting (67 en 3 mnd)66 jaar en 7 maanden
2023Gekoppeld aan de levensverwachting (67 en 3 mnd)66 jaar en 10 maanden
2024Gekoppeld aan de levensverwachting (67 en 3 mnd)67 jaar
2025Gekoppeld aan de levensverwachtingGekoppeld aan de levensverwachting

 

De huidige pensioengeneratie wordt ontzien

De generatie die nu met pensioen gaat, zal op korte termijn het meest profiteren van de temporisering van de AOW-leeftijd. Met name mensen die nu 63 en 64 jaar zijn, zullen hiervan door de tijdelijke bevriezing van de AOW-leeftijd het meest merken. Vergeleken met het huidige stelsel gaat hun AOW nu immers acht maanden eerder in. Voor mensen die nu 61 jaar of jonger zijn, blijft de AOW-leeftijd stijgen, maar minder snel dan nu. Deze groep moet nog steeds rekening houden met een AOW-leeftijd van 67 jaar of ouder.

 

Blogreeks pensioenakkoord

Met de instemming van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer is een belangrijke stap gezet in het hervormingsproces van ons pensioenstelsel. Op korte termijn wordt het voorstel in de Eerste Kamer behandeld. Het is de bedoeling dat de bevriezing van de AOW-leeftijd en de versoepelde regels voor het verlagen van de pensioenen al gaan gelden vanaf 2020.

De overige plannen uit het pensioenakkoord, die met name betrekking hebben op de tweede pijler bevinden zich nog in een minder ver stadium. Deze plannen zullen de komende tijd verder moeten worden uitgewerkt door een zogenaamde stuurgroep van werkgevers, werknemers en de overheid. De ontwikkelingen op dat vlak zullen de aankomende periode door ons pensioenteam in verschillende blogs worden besproken. Houd daarvoor onze website over het nieuwe pensioenstelsel in de gaten.

Bron:

Share This