Toekenning billijke vergoeding art. 7:683 lid 3 BW niet verplicht

Toekenning billijke vergoeding art. 7:683 lid 3 BW niet verplicht

De Hoge Raad heeft op 8 juni jl. geoordeeld over de billijke vergoeding uit art. 7:683 lid 3 BW. Op grond van deze bepaling kan de appelrechter de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen, als hij oordeelt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ten onrechte heeft ontbonden.

In cassatie waren twee vragen aan de orde:

  1. Is de appelrechter verplicht een billijke vergoeding toe te kennen, als hij afziet van het bevelen van het herstel van de arbeidsovereenkomst?
    • De Hoge Raad oordeelt van niet. Een dergelijke verplichting volgt noch uit de wettekst, noch uit de wetsgeschiedenis. De appelrechter moet zijn beslissing wel motiveren.
  2. Hoe moet de hoogte van de billijke vergoeding worden bepaald?
    • De Hoge Raad overweegt dat bij deze grond niet vereist is dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Bij de begroting moet de rechter de omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, waaronder de gevolgen voor de werknemer en de (mate) van eventuele verwijtbaarheid van de werkgever. Daarnaast kunnen ook de overige gezichtspunten uit de ‘New Hairstyle-beschikking’ toepassing vinden.

Meer weten over deze uitspraak? Lees mijn blog hierover op Cassatieblog.nl

Besluit Holland Casino tot omvorming van stichting naar NV redelijk

Besluit Holland Casino tot omvorming van stichting naar NV redelijk

De Hoge Raad heeft op 18 mei 2018 geoordeeld in een zaak tussen Holland Casino en haar ondernemingsraad (OR). Holland Casino had haar OR advies gevraagd over een voorgenomen besluit tot omvorming van Holland Casino van een stichting naar een NV. In afwijking van het negatief advies van de OR, heeft Holland Casino een besluit genomen in overeenstemming met het voorgenomen besluit. Mocht dit?

De Ondernemingskamer oordeelde van wel en de Hoge Raad laat dit oordeel in stand. Daarbij overweegt de Hoge Raad (onder meer) dat de Ondernemingskamer (slechts) marginaal toetst of de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (art. 26 lid 4 WOR). De OR kan slechts beroep instellen op grond van bezwaren die in zijn advies zijn opgenomen, tenzij de bezwaren voortvloeien uit feiten en omstandigheden die de OR destijds niet kende of behoefde te kennen, of als wezenlijke gebreken kleven aan de adviesaanvraag.

Meer weten over deze uitspraak? Lees verder op Cassatieblog.nl

30%-regeling verkort van 8 naar 5 jaar

30%-regeling verkort van 8 naar 5 jaar

De 30%-regeling is een fiscale faciliteit die Nederlandse werkgevers ondersteunt bij het aantrekken van buitenlandse werknemers. Na een eerdere aanscherping van de regeling in 2012 is het kabinet van plan om de looptijd per 1 januari 2019 te verkorten van 8 naar 5 jaar. Het kabinet volgt hiermee een van de aanbevelingen uit de evaluatie van de 30%-regeling. De verkorting gaat gelden voor zowel nieuwe als bestaande gevallen. Dit kan in de praktijk verstrekkende gevolgen hebben. Lees meer…

De Centrale Raad van Beroep beslist: een verbetertraject weegt op tegen een (zeer) mager dossier

De Centrale Raad van Beroep beslist: een verbetertraject weegt op tegen een (zeer) mager dossier

Een ambtenaar functioneert al jaren onder de maat. De werkgever meent dat het tijd is om het dienstverband met de ambtenaar te beëindigen. Het probleem is alleen dat de ambtenaar in al die jaren niet op zijn houding en gedrag is aangesproken. Daarnaast heeft de werkgever nauwelijks functionerings- en/of beoordelingsgesprekken met hem gevoerd.

In dit blog beantwoord ik de vraag of de werkgever desalniettemin tot een (houdbaar) ontslag van de ambtenaar kan overgaan. Is een “mager” papieren dossier nog te repareren? Lees meer…

Abonneren nieuwsbrief

Categorieën

Archief

you're currently offline