Sinds de publicatie van het regeerakkoord buitelen nieuwsberichten over de plannen om het pensioenstelsel te hervormen over elkaar heen. De stelling “het wordt minder zeker, maar zeker minder” lijkt onverminderd van toepassing. Wat houden de plannen nu eigenlijk in?

Kabinetsplannen

In ons eerder verschenen blog is al kort toegelicht dat het kabinet het pensioenstelsel wil hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.

De voorvraag is: waarom? Het antwoord in het regeerakkoord zal niemand verbazen: “hoewel Nederland een sterk pensioenstelsel heeft, hebben veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente kwetsbaarheden van ons stelsel blootgelegd. Verwachtingen worden onvoldoende waargemaakt, er zijn spanningen tussen generaties en het stelsel sluit niet meer aan bij de veranderende arbeidsmarkt. Omdat er tijdens de pensioendialoog die de afgelopen jaren is gevoerd een breed gedragen draagvlak blijkt te bestaan voor een vernieuwing van het pensioenstelsel, is de tijd rijp om hier concreet handen en voeten aan te gaan geven.”

Wat betekent de vernieuwing?

Van een ‘kant-en-klaar’ plan is nog geen sprake. In het regeerakkoord zijn al wel de contouren geschetst, waarbij is voortgeborduurd op de handvatten die de SER in eerder uitgebrachte rapporten (2015/2016) heeft gegeven. De voornaamste onderdelen van de beoogde vernieuwing worden hierna kort toegelicht.

Afschaffing doorsneesystematiek

Doelstelling is om het pensioenstelsel individueler te maken. Voor alle contracten wordt een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht en krijgen de deelnemers een opbouw die past bij de ingelegde premie. Simpel gezegd: iedereen krijgt een persoonlijk pensioenpotje. De doorsneesystematiek wordt daarmee afgeschaft.

Op dit moment gebruiken bijna alle pensioenfondsen in Nederland een doorsneesystematiek. Dit komt er op neer dat alle deelnemers, ongeacht  leeftijd, geslacht of inkomensniveau, hetzelfde percentage pensioenpremie (de doorsneepremie) betalen en hetzelfde percentage pensioen (de doorsneeopbouw) opbouwen. Deze systematiek leidt de facto tot een herverdeling van gelden tussen de deelnemers;  de door de jongere generatie ingelegde premie wordt deels gebruikt voor de pensioenuitkering van oudere werknemers.
De huidige praktijk laat zien dat deze solidariteit negatief uitpakt bij carrièrewisselingen of overstap naar het zelfstandig ondernemerschap. Met name jongere deelnemers, krijgen dan te weinig opbouw voor hun inleg terug. Ook wordt er in deze systematiek geen rekening gehouden met de verschillen in levensverwachting. Dat is ongunstig voor deelnemers met een gemiddeld lagere levensverwachting, zoals laagopgeleiden. Door afschaffing van de doorsneesystematiek wordt beoogd om de pensioenopbouw transparanter te maken en deze beter aan te laten sluiten op de veranderende arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting en de lage rente dan met de huidige collectieve pensioenfondsen het geval is.

Pensioen blijft een levenslange uitkering

Er komt geen verandering aan de huidige doelstelling van het pensioen: het blijft een levenslange uitkering. Deelnemers lopen dus niet het risico dat er geen geld meer over is indien zij langer leven dan verwacht. Om dit te bereiken wordt het persoonlijk pensioenvermogen gecombineerd met het behoud van collectieve risicodeling.

De Sociale partners ontwikkelen een nieuw pensioencontract

De SER heeft al een verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor een nieuw pensioencontract met een persoonlijk pensioenvermogen. Hierdoor wordt inzichtelijk wat je als deelnemer hebt opgebouwd.

Als belangrijke aandachtspunten bij de invulling van het nieuwe pensioencontract worden de gevolgen voor de hoogte, de volatiliteit en de stabiliteit van de uitkering genoemd. In de kabinetsplannen wordt verwezen naar het belang om pensioenen zo stabiel mogelijk te houden, waarbij wordt opgemerkt dat sprake zal blijven van een collectieve uitkeringsfase. Zoals de bonden treffend stellen “er mogen geen pech-en- geluk-generaties ontstaan doordat de een dankzij meezittende beurzen meer pensioen opbouwt dan de ander.” Daarnaast wordt in de kabinetsplannen aangesloten bij de in de rapporten van de SER genoemde collectieve buffer. Deze buffer zal bescherming bieden tegen onvoorziene veranderingen in de levensverwachting en schokken op de financiële markten. De buffer kan op die manier de verschillen tussen generaties beperken. Voor de buffer zullen nieuwe wettelijke kaders komen. Gedachte is dat de buffer niet negatief mag worden, alleen met aandelenrendement gevuld mag worden en in omvang zal worden gemaximeerd.

Meer keuzevrijheid

Het stelsel is beter toegerust op keuzevrijheid voor deelnemers. Het kabinet wil daarbij onderzoeken of en hoe het in het vernieuwde stelsel mogelijk is om een beperkt deel van het pensioenvermogen op te nemen als bedrag ineens bij pensionering. Daarnaast wordt de mogelijkheid verankerd dat zelfstandigen vrijwillig kunnen aansluiten of aangesloten blijven, door het verdwijnen van de herverdeling van de doorsneesystematiek en de introductie van persoonlijke pensioenvermogens.

Transitiefase

Zodra het nieuwe pensioencontract een feit is, zal de transitie ingezet moeten worden. Ook daarvoor zijn contouren gegeven in de kabinetsplannen. Zo is opgemerkt dat de effecten van de transitie naar een nieuwe manier van pensioenopbouw evenwichtig moeten zijn voor alle deelnemers. Aangekondigd is, dat het kabinet daartoe kaders zal opstellen die maatwerk van sociale partners en pensioenuitvoerders tijdens de transitie mogelijk maken.

Sociale partners zullen gedurende een beperkte implementatieperiode de ruimte krijgen om de regelingen aan te passen aan de nieuwe manier van pensioenopbouw en eventueel over te stappen op een nieuw pensioencontract. Gedurende deze implementatieperiode moet rekening worden gehouden met zowel pensioenregelingen waarin tijdelijk de doorsneesystematiek blijft gehandhaafd als met pensioenregelingen waarin geen sprake (meer) is van een doorsneesystematiek. De verwachting wordt uitgesproken dat de gelijktijdige overstap op een nieuw pensioencontract en het afschaffen van de doorsneeopbouw de transitie zal vergemakkelijken. Daarbij is het streven dat zoveel mogelijk pensioenfondsen de overstap maken naar het nieuwe contract, waarbij het stelsel eenvoudiger wordt en op termijn met minder contractvormen toe kan.

Het kabinet kondigt aan financieel bij te zullen dragen aan het opvangen van de lasten van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw. Dat zal zij doen door de fiscale kaders tijdelijk te verruimen.

Tijdlijn

Het kabinet heeft aangekondigd de uitwerking van het nieuwe pensioencontract en de daarop volgende transitie in nauwe samenspraak met sociale partners op te pakken. Het streven is om begin 2018 op hoofdlijnen overeenstemming te hebben over de nadere invulling, zodat daarna begonnen kan worden met wetgeving. Doel is om in 2020 het wetgevingsproces af te ronden. Daarna kan een implementatieperiode starten. Deze tijdlijn is ambitieus. We wachten eerst in spanning op het door de SER uit te brengen advies en praten u daar dan graag weer over bij.

Voor een overzicht van alle plannen uit het regeerakkoord zie ons overzichtsblog Het regeerakkoord 2017-2021: een overzicht van de belangrijkste plannen op arbeidsrechtelijk gebied.

Bronnen:

Share This