In mijn vorige blog beschreef ik hoe de wetgeving die de positie van zzp’ers regelt de afgelopen jaren is veranderd. Na de VAR en de Wet DBA, beoogt het kabinet per 1 januari 2020 de opdrachtgeversverklaring te introduceren. Wat houden de kabinetsplannen op dit punt in? En wat zijn de verschillen met de VAR en de Wet DBA?

Plannen voor een opdrachtgeversverklaring

In het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ heeft het Kabinet-Rutte III het plan opgenomen om een opdrachtgeversverklaring te introduceren. Op dit moment is nog niet bekend hoe deze opdrachtgeversverklaring er precies uit komt te zien. Wel is duidelijk dat het kabinet drie categorieën zzp’ers onderscheidt: zzp’ers met een laag uurtarief tot ca. € 18, zzp’ers met een gemiddeld uurtarief van € 18 – € 75 en zzp’ers met een hoog uurtarief van € 75+. Daarnaast wil het kabinet nog twee andere objectieve criteria aanleggen om te bepalen of iemand een zzp’er is.

Drie categorieën zzp’ers

Voor zzp’ers met een laag uurtarief wordt de (fiscale) mogelijkheid om als zzp’er te werken sterk beperkt. Als voorbeeld: Xandra, die als postbezorger voor Post NL werkt voor € 14 per uur, heeft gelet op haar uurtarief automatisch een arbeidsovereenkomst met Post NL. Dat is alleen anders als Xandra voor een periode van twee maanden schilderswerkzaamheden voor Post NL verricht: dan wordt via een opdrachtgeversverklaring beoordeeld of er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Zzp’ers met een hoog uurtarief wordt juist veel meer vrijheid geboden. Mark, die werkt als interim consultant en € 100 per uur voor zijn diensten vraagt, kan bijvoorbeeld kiezen voor de zogenoemde ‘opt-out regeling’. Deze opt-out regeling houdt in dat een zzp’er met een hoog uurtarief ervoor kan kiezen om (fiscaal gezien) zelfstandige te zijn. Mark hoeft dan geen opdrachtgeversverklaring te vragen en er volgt geen beoordeling van zijn arbeidsverhouding met zijn opdrachtgever.

Voor de middencategorie moet altijd aan de hand van de aard en inhoud van de opdracht worden gekeken of sprake is van een ‘echte’ zzp’er. John, die € 50 per uur vraagt voor het geven van interieuradvies, zal gelet op dit tarief dus altijd een opdrachtgeversverklaring nodig hebben.

Duur opdracht en aard werkzaamheden

Naast het uurtarief wil het kabinet als gezegd nog twee andere objectieve criteria aanleggen om te bepalen of iemand onder het verzwaarde (vrijwel altijd een arbeidsovereenkomst), reguliere of verlichte (opt out) regime valt: de duur van de opdracht en de aard van de werkzaamheden. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten.

Valt een zzp’er onder het reguliere regime dan kan hij middels een opdrachtgeversverklaring zekerheid krijgen over de vraag of hij zijn werkzaamheden uitvoert als zzp’er of als opdrachtgever. Schematisch zien de plannen er als volgt uit:

UurtariefReguliere bedrijfsactiviteitenNiet-reguliere bedrijfsactiviteiten
 > € 75 ‘opt-out’ (≤1 jaar; daarna: opdrachtgeversverklaring) ‘opt-out’
 > € 18 < € 75 opdrachtgeversverklaring opdrachtgeversverklaring
 < ca. € 18 arbeidsovereenkomst arbeidsovereenkomst (tenzij < 3 maanden: dan opdrachtgeversverklaring)

Opdrachtgeversverklaring via webmodule

De opdrachtgeversverklaring zal worden gegenereerd via een digitale webmodule. De gedachte is dat opdrachtgever en opdrachtnemer een aantal vragen beantwoorden via een digitaal systeem. Onderzocht wordt of sprake is van een opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie of dat sprake is van werkgever-werknemer-relatie. In die webmodule zal ook het gezagscriterium worden verduidelijkt. Een gezagsrelatie is een belangrijk element bij de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar het is vaak onduidelijk wat met ‘gezag’ wordt bedoeld.

Als gezegd, is het op dit moment nog niet bekend hoe de maatregelen zullen worden uitgewerkt. Het kabinet is van plan de inhoudelijke keuzes in een zogenoemde ‘hoofdlijnenbrief’ nog vóór het zomerreces toe te lichten. Het ambitieuze streven is de opdrachtgeversverklaring per 1 januari 2020 in te voeren. Tot die tijd geldt nog de Wet DBA (die evenwel niet wordt gehandhaafd).

De VAR, wet DBA en opdrachtgeversverklaring in een schema

De verschillen en overeenkomsten tussen de VAR, de Wet DBA en de opdrachtgeversverklaring kunnen – op hoofdlijnen – als volgt worden weergegeven:

VARWet DBA Opdrachtgeversverklaring
VormVAR-verklaring digitaal te verkrijgenmodelovereenkomsten, of eigen overeenkomstvia te ontwikkelen webmodule
Kwalificatie arbeidsverhouding?aan de hand van een vragenlijstin geval van gebruik modelovereenkomsten/ goedgekeurde eigen overeenkomst: geen arbeidsovereenkomst, tenzij feitelijke arbeidsverhouding andersaan de hand van een vragenlijst en op basis van objectieve criteria:

  • uurtarief
  • duur opdracht
  • aard werkzaamheden
Handhavinghandhavingsproblemen; gebrek aan capaciteit: risico op schijnconstructieshandhaving opgeschort tot 1 januari 2020nog niet bekend
VerantwoordelijkheidBelastingdienst kan alleen opdrachtnemer aanspreken (tenzij fraude)Belastingdienst kan beide partijen aansprekenBelastingdienst kan beide partijen aanspreken

Tot slot

Het lijkt er op dat voor wat betreft de vorm met de opdrachtgeversverklaring weer wordt teruggekeerd naar de oude vragenlijst onder de VAR. Anders dan onder de VAR en de Wet DBA, zullen er in de nieuwe wetgeving objectieve criteria worden geïntroduceerd, aan de hand waarvan de arbeidsverhouding kan worden gekwalificeerd. Dat lijkt mij een goede zet, nu dit de rechtszekerheid ten goede lijkt te komen. Net zoals onder de Wet DBA, zal de nieuwe wetgeving uitgaan van een gedeelde verantwoordelijkheid van partijen. Ook dat lijkt mij een terecht uitgangspunt.

Het is afwachten hoe het kabinet zijn plannen precies zal uitwerken. Of de nieuwe wetgeving een verbetering zal zijn ten opzichte van de Wet DBA, zal van die uitwerking afhangen. Op Blog Arbeids- en Ambtenarenrecht houden wij u op de hoogte!

Lees ook het eerste deel van dit tweeluik: “De ZZP’er: van VAR via Wet DBA naar de opdrachtgeversverklaring

Zie verder

Share This