Op dinsdag 18 september was het Prinsjesdag. Traditiegetrouw zijn de plannen voor het komende jaar bekend gemaakt. Het kabinet spreekt over een “ambitieus plan voor een eerlijke arbeidsmarkt”. In de gepresenteerde plannen staat een aantal, veelal bekende, thema’s centraal. We hebben ze voor u op een rij gezet.

Wet arbeidsmarkt in balans

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal het wetsvoorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans in het najaar van 2018 naar de Tweede Kamer sturen.

De contouren van het wetsvoorstel zijn op 9 april 2018 al bekend gemaakt middels internetconsultatie. Enerzijds wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om een vast contract aan te bieden. Daartoe worden de mogelijkheden om een proeftijd aan te gaan verruimd, wordt er een cumulatiegrond toegevoegd aan de redelijke gronden voor ontslag en wordt het verschil in de kosten van ontslag tussen flexibele en vaste contracten verkleind door de opbouw van de transitievergoeding voor vaste en flexibele contracten gelijk te trekken.

Bovendien krijgen werkgevers die vaste contracten aanbieden een steuntje in de rug: voor vaste contracten gaan zij een lagere WW-premie afdragen dan voor flexibele contracten. Anderzijds wordt tegelijkertijd de mogelijkheid tot flexibiliteit uitgebreid. Zo wordt meer ruimte gecreëerd om af te wijken van de ketenbepaling voor terugkerend tijdelijk werk dat ten hoogste gedurende negen maanden in een jaar kan worden verricht. Verder wordt de periode waarna opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd verlengd van twee naar drie jaar. De mogelijkheid voor werkgevers om met oproepcontracten in te kunnen springen op schommelingen in de vraag blijft behouden, maar het kabinet doet wel voorstellen om de positie van oproepkrachten te versterken en om negatieve effecten, zoals permanente beschikbaarheid, te voorkomen. In de Wet arbeidsmarkt in balans zal daartoe worden opgenomen dat de werknemer alleen verplicht is te komen werken als de werkgever hem vier dagen van te voren oproept. Als binnen die periode de oproep weer wordt ingetrokken, is de werkgever toch verplicht het loon over de oproep te betalen.

Ten aanzien van payroll behoudt het kabinet het ontzorgende karakter voor werkgevers, maar neemt het ook maatregelen om concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen.

In dit blog zijn de belangrijkste wijzigingen die de Wet arbeidsmarkt in balans met zich mee zal brengen nader toegelicht.

Loondoorbetaling bij ziekte

Omdat de verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte door veel werkgevers als drempel wordt ervaren voor het geven van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, wil het kabinet (kleine) werkgevers ontlasten op het gebied van ziekte, zonder de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen te laten oplopen. Een voorstel van de minister van Sociale Zaken om de lasten en risico’s van loondoorbetaling bij ziekte, voor met name het MKB, te beperken, wordt in het najaar verwacht.

Daarnaast is er in het regeerakkoord geld gereserveerd om de transitievergoeding voor kleine werkgevers te compenseren bij ontslag als gevolg van bedrijfsbeëindiging, pensionering of ziekte. Deze regeling komt bovenop de al aangenomen wet waarin de transitievergoeding vanaf 1 januari 2020 (met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015) gecompenseerd kan worden indien een werknemer wordt ontslagen na 2 jaar ziekte. Zie daarover ons eerdere blog.

Langer partnerverlof bij geboorte kind

Het kabinet streeft ernaar dat beide ouders hun werk en het krijgen en opvoeden van kinderen goed kunnen combineren. In dit blog hebben we de kabinetsplannen voor de uitbreiding van het kraamverlof voor partners (ook wel: partner- of vaderschapsverlof) al nader toegelicht. Partners krijgen 1 week geboorteverlof als hun vrouw of vriendin net is bevallen. Dit doorbetaalde verlof is nu nog 2 dagen. Ook mogen partners het eerste half jaar na de geboorte van hun kind 5 weken onbetaald vrij nemen met recht op een UWV-uitkering ter hoogte van 70% van hun loon. Zo wil het kabinet jonge ouders de kans bieden meer tijd samen met hun kind door te brengen.

De Tweede Kamer moet de Wet invoering extra geboorteverlof nog goedkeuren. Het is de bedoeling dat het recht op extra geboorteverlof ingaat op 1 januari 2019. En het recht op aanvullend verlof zal op 1 juli 2020 ingaan.

Meer mensen met arbeidsbeperking aan het werk

Het kabinet wil stimuleren dat meer mensen met een arbeidsbeperking gaan werken. Hiermee zet het kabinet ook in op uitvoering van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Op dit moment heeft meer dan de helft van de mensen met een arbeidsbeperking geen werk. Om de arbeidsparticipatie van deze groep werknemers te vergroten streeft het kabinet er naar om (simpelere) regelgeving in te voeren zodat het voor werkgevers makkelijker wordt om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.

Hiervoor wil het kabinet onder andere de regels rond beschut werken, de wajong en de loonkostensubiside aanpakken. Een belangrijk uitgangspunt van het kabinet is dat werken voor mensen met een arbeidsbeperking die vanuit de uitkering gaan werken moet lonen. Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal hiervoor nog voorstellen naar de Tweede Kamer sturen.

Meer controle op discriminatie op de arbeidsmarkt

Om discriminatie van werkzoekende jongeren, vrouwen, ouderen en migranten aan te pakken, gaat de inspectie SZW daarop meer en strenger controleren. Bijvoorbeeld door regelmatige bedrijfsbezoeken en anonieme controles. Bedrijven die discrimineren kunnen boetes krijgen.

De plannen van de staatssecretaris van SZW staan in de hoofdlijnenbrief Actieplan arbeidsmarktdiscriminatie 2018–2021.

De Wet DBA

Ook de aanpassing van de Wet DBA staat nog steeds op de agenda. In de memorie van toelichting is hierover opgemerkt dat het maken van nieuwe wetgeving rond zzp geen eenvoudige opgave is. De afgelopen maanden is gestart met de uitwerking van maatregelen. Hoewel het kabinet daarin verder is gekomen, is er nog veel werk te verrichten. In de kamerbrief Uitwerking maatregelen werken als zelfstandige is uiteengezet welke stappen het kabinet de komende periode zet in het wetgevingsproces.

In onze blogreeks over de wet DBA (deel 1 en deel 2) leest u meer over de prangende problemen rondom schijnzelfstandigheid en onzekerheid over een dienstbetrekking, alsmede de meest recente plannen voor de wijziging van de Wet DBA. In ieder geval is de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot 1 januari 2020. Alleen gevallen van evident misbruik (‘kwaadwillenden’) worden aangepakt en riskeren een boete.

Werk aan de winkel!

Het kabinet spreekt geen woord teveel als het zegt dat het programma voor de komende tijd ambitieus is. Er is op veel vlakken werk aan de winkel. Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en houden u op de hoogte.

Bron: Rijksbegroting 2019, XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

you're currently offline

Share This