In disciplinaire trajecten komt het met enige regelmaat voor dat er ook een strafrechtelijk traject loopt waarin het plichtsverzuim van de ambtenaar onder een strafrechtelijke loep wordt genomen. Wat betekent de samenloop van beide trajecten eigenlijk? Als de ambtenaar door de strafrechter wordt vrijgesproken, kan dan nog wel een disciplinaire straf worden gegeven?

Deze vraag kwam aan de orde in een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Wat was er aan de hand?

De kwestie gaat om een ambtenaar bij het Ministerie van Defensie. Naar aanleiding van een onderzoek bij Defensie naar oneigenlijk gebruik van tankpassen was het vermoeden gerezen dat deze ambtenaar misbruik had gemaakt van een tankpas van zijn werkgever. Separaat was aangifte gedaan vanwege verduistering en liep een procedure bij de strafrechter. Door de politierechter werd de ambtenaar veroordeeld wegens meermalen gepleegde verduistering; de ambtenaar werd veroordeeld tot een taakstraf en het betalen van schadevergoeding.

Na het vonnis van de strafrechter in eerste aanleg maar vóór de uitspraak in hoger beroep werd de ambtenaar strafontslag wegens plichtsverzuim verleend. Daarna volgde echter een vrijspraak van verduistering in hoger beroep bij het Gerechtshof, omdat het Gerechtshof het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen achtte.

De vraag in de procedure over het verleende strafontslag was derhalve of het strafontslag stand kon houden, terwijl de ambtenaar door het Gerechtshof was vrijgesproken. De ambtenaar voerde aan dat de minister niet op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens tot de overtuiging heeft kunnen komen dat hij de verweten tankbeurten heeft verricht. De ambtenaar beriep zich daarbij onder andere op de strafrechtelijke vrijspraak in hoger beroep.

Het oordeel van de  Centrale Raad

Zowel de rechtbank als de Centrale Raad zijn echter van oordeel dat ondanks de vrijspraak het strafontslag stand kan houden. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad is voor de constatering van plichtsverzuim dat tot het opleggen van een disciplinaire straf aanleiding kan geven, noodzakelijk dat op grond van de beschikbare, deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging is verkregen dat de betrokken ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan. Het gegeven dat de ambtenaar door de strafrechter wegens gebrek aan bewijs is vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, leidt er niet toe dat geen sprake kan zijn van plichtsverzuim. De bestuursrechter beoordeelt het door de minister gestelde plichtsverzuim (in beginsel) los van wat de rechter in het strafproces heeft geoordeeld en overwogen.

Invloed strafproces op disciplinair traject

Uit deze uitspraak blijkt dat een vonnis van de strafrechter in beginsel niet van belang is voor de bestuursrechtelijke beoordeling van de disciplinaire bestraffing. Dat wil met name zeggen dat als een ambtenaar bij de strafrechter wordt vrijgesproken, dat niet betekent dat er geen ambtenaarrechtelijke disciplinaire bestraffing kan volgen. Andersom ligt dat iets anders: er is bijvoorbeeld een ontslaggrond in artikel 98 lid 1 sub e ARAR in het geval dat een ambtenaar onherroepelijk is veroordeeld wegens een misdrijf.

Bewijs: ambtenarenrecht versus strafrecht

Dat bij een strafrechtelijke vrijspraak wel een disciplinaire straf kan worden opgelegd, heeft (onder meer) te maken met het bewijs. In het strafrecht kan een veroordeling pas volgen als er wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. In het ambtenarenrecht is de maatstaf echter anders. Zoals uit deze uitspraak blijkt, kan een disciplinaire straf worden opgelegd als de bestuursrechter “op basis van deugdelijk vastgestelde gegevens de overtuiging heeft verkregen dat betrokkene zich aan de hem verweten gedragingen heeft schuldig gemaakt”.

Bovendien geldt dat in het ambtenarenrecht, anders dan in het strafrecht, voor de vaststelling van de feiten het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs niet is uitgesloten. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs slechts dan niet is toegestaan indien het is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht (zie bijvoorbeeld CRvB 13 maart 2008). Als de bewijsmiddelen in het strafproces worden uitgesloten, kan dat leiden tot vrijspraak terwijl dezelfde bewijsmiddelen bij de ambtenarenrechter wel worden meegenomen en kunnen leiden tot het oordeel dat strafontslag evenredig is.

Complete scheiding van trajecten?

Dat de uitspraak van de strafrechter niet van belang is in het disciplinaire traject, betekent echter niet dat beide trajecten zich helemaal gescheiden van elkaar afspelen. Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk dat informatie uit het strafrechtelijke traject wordt gebruikt voor de onderbouwing van plichtsverzuim. In de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is in artikel 39f lid 1 aanhef en onder e een grondslag gegeven voor de verstrekking van gegevens aan een werkgever, die wil beoordelen of er rechtspositionele maatregelen moeten worden genomen. Ook ligt het voor de hand dat er een zekere samenloop is tussen het strafrechtelijk en het disciplinair onderzoek. Het kan in het disciplinaire traject wenselijk zijn om het verloop en de uitkomsten van het strafrechtelijk onderzoek af te wachten. Niettemin is het disciplinair onderzoek een op zichzelf staand traject. Als een werkgever voor het opleggen van een disciplinaire straf voldoende gegevens tot zijn beschikking heeft, behoeft het strafrechtelijke traject niet te worden afgewacht (zie CRvB 25 mei 2000, TAR 2000/ 98).

Bron: CRvB 8 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2062

you're currently offline

Share This