Vliegmaatschappij Ryanair is regelmatig in het nieuws vanwege conflicten met haar werknemers. Nadat in de zomer van 2018 de cao-onderhandelingen tussen Ryanair en de vakbond vastliepen, werden stakingen aangekondigd. Het verbod tegen deze stakingen dat Ryanair vorderde werd afgewezen. Na een tweede staking kondigde Ryanair aan deze maand haar basis in Eindhoven te sluiten en de werknemers over te plaatsen.

Kan een werkgever zomaar besluiten werknemers over te plaatsen? De rechtbank Den Bosch deed op 1 november in kort geding uitspraak over de kwestie.

Stakingen

Naar aanleiding van de eerste staking schrijft Ryanair aan haar medewerkers dat als zij de werkonderbrekingen doorzetten, Ryanair de basis in Eindhoven zal reorganiseren om de Nederlandse klanten vanuit een buitenlandse basis te bedienen. Deze sluiting zal leiden tot minder banen in Eindhoven. “Dit is geen dreigement” volgens Ryanair, maar het onvermijdelijke gevolg van toekomstige stakingen door piloten of cabinepersoneel.

Toen een tweede staking zich inderdaad aandiende, kondigde Ryanair aan dat de basis in Eindhoven per 5 november 2018 zou worden gesloten.

Gevolg van sluiting van de basis in Eindhoven is dat vliegtuigen voor hun eerste vlucht niet meer vanaf Eindhoven vertrekken. De vliegers kregen de keuze tussen overplaatsing naar een andere basis, dan wel een mobile pilot contract.

Verplaatsen van een vestiging

Het verplaatsen van de standplaats van een werknemer betekent een wijziging van de arbeidsovereenkomst. Vaak is in een arbeidsovereenkomst een eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen. Ook in dat geval mag wijziging van de arbeidsovereenkomst echter niet zomaar: de werkgever kan hier alleen een beroep op doen na een afweging van zijn belangen en de belangen van de werknemer.

De werkgever moet een zodanig zwaarwichtig belang hebben bij eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst dat de belangen van de werknemer daarvoor, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, moeten wijken.

Bij deze belangenafweging kunnen bijvoorbeeld bedrijfseconomische en organisatorische belangen een rol spelen. Het voor alle werknemers komen tot een uniforme regeling kan niet worden aangemerkt als zwaarwichtig belang.

Heel belangrijk is dat de werkgever het besluit goed toelicht zodat de gevolgen van het besluit voor de werknemer inzichtelijk zijn.

Oordeel van de rechter

Terug naar Ryanair. In de arbeidsovereenkomst van de vliegers is het volgende opgenomen:

“You will be located principally at Eindhoven Airport and at such other place or places as the Company reasonably requires for the proper fulfilment of your duties and responsibilities under this Agreement. It is a condition of your employment that you comply with any such requirement. This would include, for the avoidance of doubt, transfer to any of the Company’s bases without compensation.”

Volgens de rechter moet dit ‘locatiebeding’ worden aangemerkt als een eenzijdig wijzigingsbeding. Kan Ryanair in dit geval een beroep doen op dit beding?

De rechtbank overweegt dat een werkgever in beginsel zelf kan bepalen hoe hij zijn onderneming inricht en waar hij zich wil vestigen. Die vrijheden zijn echter niet onbeperkt. Of, zoals de rechter Eurocommissaris Thyssen citeert:

“the internal market is not a jungle; it has clear rules on fair labour mobility and worker protection”.

Kortom, ondanks de vrijheid van vestiging kunnen werknemers zich verweren tegen een gedwongen overplaatsing.

Geen bedrijfseconomische omstandigheden

De vliegmaatschappij stelt dat haar besluit tot sluiting voortkomt uit bedrijfseconomische omstandigheden. De rechter gaat daar niet in mee. Het besluit tot sluiting is volgens de rechter genomen vanwege de stakingen, en niet vanwege de door Ryanair aangevoerde bedrijfseconomische omstandigheden. Staking is een fundamenteel sociaal recht en mag dus niet als reden voor de sluiting worden aangevoerd.

De bedrijfseconomische omstandigheden worden niet aangenomen. Ryanair heeft immers in september aan de medewerkers meegedeeld dat de basis zou worden gesloten indien zij opnieuw zouden staken. Ryanair heeft niet kunnen bewijzen dat de basis ook zonder de stakingen gesloten zou worden.

De rechter oordeelt dat Ryanair zich niet mag beroepen op het eerdergenoemde locatiebeding. In dit geval hoeft dus zelfs geen belangenafweging meer te worden gemaakt: Ryanair had het besluit tot sluiting van de basis in Eindhoven niet mogen nemen.

Belangenafweging

Ten overvloede oordeelt de rechter dat zelfs al zouden de bedrijfseconomische redenen wel worden aangenomen, dit vermoedelijk niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid. Ook indien wel een belangenafweging moet worden gemaakt, valt dit in het voordeel van de vliegers uit.

Ryanair voert aan dat zij zich in een zeer competitieve markt bevindt. Volgens de rechter is dat echter inherent aan haar bedrijfsvoering als low-cost luchtvaartmaatschappij. Hetzelfde geldt onder andere voor de hogere brandstofkosten en lagere ticketprijzen.

Voor de vliegers zijn de gevolgen van de overplaatsing groot. De reistijd en reiskosten dienen de vliegers zelf te betalen en nemen met de overplaatsing flink toe. Daarbij komt dat Ryanair niet goed heeft uitgelegd wat het besluit betekent voor hun salaris en andere arbeidsvoorwaarden.

De rechter oordeelt dat de belangen van de vliegers zwaarder wegen dan het belang van Ryanair.

Hoe nu verder?

Inmiddels is duidelijk dat Ryanair zich niets heeft aangetrokken van het oordeel van de rechtbank Oost-Brabant en de basis in Eindhoven gesloten heeft. Een aantal werknemers dat met de overplaatsing niet akkoord is gegaan, is zelfs ontslagen.

De rechtbank heeft Ryanair veroordeeld een dwangsom van € 250.000,- te betalen voor iedere vlieger die door Ryanair wordt overgeplaatst. De vliegers zijn dus weer aan zet…

Bron: Rb Oost-Brabant 1 november 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:5330

you're currently offline

Share This