De Picnic-organisatie presenteert en profileert zich onder de naam Picnic als een online supermarkt waar consumenten via een app online producten kunnen bestellen, afrekenen en thuis laten bezorgen. Picnic exploiteert daarnaast geen fysieke winkels.

In een uitspraak van 3 december 2019 geeft de kantonrechter antwoord op de vraag of Picnic c.s. onder de werkingssfeer van de CAO voor het levensmiddelenbedrijf valt.

 

De Picnic-vennootschappen

Picnic c.s. bestaat uit verschillende vennootschappen, die elk verschillende activiteiten uitvoeren, zoals het verkopen van artikelen (Picnic B.V.), verwerken en inpakken van goederen (Picnic Fulfilment), ontwikkelen van software (Picnic Technologies), marketing (Picnic Services) en de bezorging bij de consument (Picnic Hubs).

Bij Picnic B.V. (de vennootschap die de online supermarkt exploiteert) zijn 15 werknemers werkzaam. Bij Picnic c.s. zijn in totaal ongeveer 2500 uitzendkrachten werkzaam, waarvan het merendeel bij Picnic Fulfilment en Picnic Hubs.

 

Het geschil

FNV vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat Picnic c.s. onder de werkingssfeer van de CAO valt en gehouden is de CAO toe te passen voor de periode dat deze algemeen verbindend is verklaard. Volgens FNV valt (een deel van) de Picnic-organisatie onder de werkingssfeer van de CAO voor het levensmiddelenbedrijf, omdat de Picnic-vennootschappen zich gezamenlijk bezig houden met de exploitatie van een online supermarkt, zoals bedoeld in artikel 2a van de CAO. Picnic c.s. is van oordeel dat zij niet gehouden zijn om de CAO toe te passen, omdat zij niet onder de werkingssfeer van de CAO vallen.

 

CAO voor het levensmiddelenbedrijf

Voor zover relevant is in de CAO het volgende geregeld:

“artikel 1: werkingssfeer

1. Deze overeenkomst geldt, tenzij in dit artikel of elders in deze CAO anders is bepaald, alleen voor alle werknemers als bedoeld in artikel 2d die een arbeidsovereenkomst hebben met Coop Supermarkten of een werkgever die is aangesloten bij het Vakcentrum en alle werkgevers die één of meer winkels exploiteren die voldoen aan de omschrijving van artikel 2 onder a, met uitzondering van (…)

artikel 2: definities

Deze overeenkomst verstaat onder:

a. winkel: iedere fysieke en virtuele inrichting waar overwegend een verscheidenheid aan verbruiksartikelen zoals: kruidenierswaren, zuivel en eieren, kaas, aardappelen, groente fruit (…)

b. (…)

c. werkgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die één of meer winkels in de zin van deze overeenkomst exploiteert en werknemers in de zin van deze overeenkomst in dienst heeft, met uitzondering van de werkgever die is aangesloten bij (…)

d. werknemers: elke persoon in dienst bij de werkgever

(…)”

 

Het toetsingskader: de CAO-norm

De vraag of Picnic c.s., dan wel één of meerdere van de Picnic-vennootschappen onder de werkingssfeerbepaling van de CAO valt, dient volgens de kantonrechter te worden beantwoord aan de hand van de zogenoemde ‘CAO-norm’. Die norm houdt in dat een CAO-bepaling moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij in beginsel de bewoordingen van de bepalingen, gelezen in het licht van de gehele tekst van de CAO, van doorslaggevende betekenis zijn.

 

Fysieke en/of virtuele winkel

Volgens Picnic c.s. is de CAO alleen van toepassing indien een werkgever zowel een fysieke als een virtuele inrichting exploiteert. Dat volgt volgens Picnic c.s. uit de definitie in artikel 2a van de CAO, waar “winkel” wordt beschreven als fysieke en virtuele inrichting. De kantonrechter overweegt dat dit betoog het onwenselijke resultaat zou opleveren dat ook een werkgever die alleen een fysieke inrichting exploiteert niet onder het begrip “winkel” in de CAO zou vallen. Het woord “en” in artikel 2a van de CAO moet volgens de kantonrechter aldus worden uitgelegd dat het gaat om  werkgevers die óf een fysieke óf een virtuele inrichting óf beiden exploiteren.

 

Het begrip ‘werkgever’

FNV stelt zich voorts op het standpunt dat de werkingssfeerbepaling van de CAO ruim moet worden opgevat en dat ten aanzien van de vraag of één, meerdere of alle Picnic-vennootschappen onder het begrip “werkgever” vallen alle activiteiten van de verschillende Picnic-vennootschappen in samenhang moeten worden bezien. De kantonrechter volgt het betoog van FNV niet en overweegt dat per werkgever (dus per vennootschap die werknemers in dienst heeft) moet worden bezien of deze onder de werkingssfeer van de CAO valt.

De kantonrechter concludeert dat alleen Picnic B.V. een werkgever is die een winkel exploiteert zoals bedoeld in artikel 2a van de CAO en dat alleen die vennootschap onder de werkingssfeer van de CAO valt. Voor de duur van de algemeenverbindendverklaring van de CAO moet deze door Picnic worden nageleefd. Dit geldt niet voor de andere Picnic-vennootschappen, aangezien zij volgens de kantonrechter niet onder de werkingssfeer van de CAO vallen.

Bron: Rechtbank Amsterdam 3 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8968

Share This