Kan een pakketbezorger, die als zzp’er werkzaam is op basis van een overeenkomst van opdracht en binnen een bepaalde bandbreedte zijn eigen werktijden mag bepalen, die zich mag laten vervangen én niet verplicht is werk aan te nemen en ook voor de concurrent mag werken, niettemin werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst? Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft zich op 22 april 2020 over deze prejudiciële vragen gebogen. Het antwoord leest u in dit blog.

 

Wat speelde er?

X werkt als postbezorger voor het Engelse postbezorgbedrijf Yodel. Om pakketten voor Yodel te bezorgen maakt X gebruik van zijn eigen voertuig en mobiele telefoon. Op grond van de overeenkomst tussen X en Yodel mag X zich te allen tijde laten vervangen, zolang de vervanger maar aan de (basis)kwalificaties van Yodel voldoet. Het staat X vrij om voor concurrenten van Yodel te werken, evengoed als Yodel niet verplicht is om werk aan X te geven. Per pakketje geldt een vast tarief. De pakketjes dienen maandag tot en met zaterdag tussen 08.30 en 21.00 uur te worden afgeleverd. X is vrij in het kiezen van het tijdstip en de volgorde van bezorging. Hoewel X volgens de overeenkomst werkzaam is als ‘zelfstandige’, stelt X zich op het standpunt dat hij ‘werknemer’ is in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn (2003/88/EG).

 

Prejudiciële vragen

De Engelse rechter overweegt dat X naar Engels recht geen werknemer is, omdat hij zich mag laten vervangen en omdat hij voor verschillende klanten tegelijk mag werken. De rechter vraagt zich echter af of het Engelse recht op dit punt verenigbaar is met de Arbeidstijdenrichtlijn en stelt daarover prejudiciële vragen aan het HvJ EU.

Het HvJ EU ziet zich voor de vraag gesteld of personen die

(i) geen persoonlijke arbeid hoeven te verrichten en zich mogen laten vervangen door subcontractors,
(ii) de vrijheid hebben werk te weigeren (en waarvan de werkgever niet verplicht is werk aan te bieden),
(iii) voor concurrenten mogen werken, en
(iv) de werktijden en volgorde van werk zelf mogen bepalen,

zijn uitgesloten van ‘werknemerschap’ in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn.

 

Het oordeel van het HvJ EU

Het HvJ EU verwijst om te beginnen naar het arrest Matzak en overweegt dat voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst essentieel is dat gedurende zekere tijd in een ‘gezagsverhouding’ arbeid wordt verricht. Daarnaast brengt het HvJ EU het arrest FNV Kiem in herinnering, waarin is geoordeeld dat het bestaan van zo’n ‘gezagsverhouding’ afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. De enkele omstandigheid dat iemand op grond van nationaal recht kwalificeert als zelfstandige, staat volgens het arrest niet in de weg aan kwalificatie van ‘werknemer’ in het EU-recht. Volgens het HvJ EU lijkt minder snel een gezagsverhouding aanwezig te zijn en daarmee sprake van ‘werknemerschap’, indien een medewerker zelfstandig kan beslissen over tijd, plaats en werkwijze.

Het HvJ EU concludeert tegen deze achtergrond dat geen sprake is van ‘werknemerschap’ in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn, indien personen (i) geen persoonlijke arbeid hoeven te verrichten (en zich mogen laten vervangen door subcontractors), (ii) de vrijheid hebben werk te weigeren, (iii) voor concurrenten mogen werken, en (iv) de werktijden en volgorde van werk zelf mogen bepalen.

In mijn ogen een juiste conclusie. Wel noemt het HvJ EU als belangrijke voorwaarde dat de onafhankelijkheid van de medewerker ten opzichte van de werkgever niet ‘fictief’ is en de facto geen sprake is van ondergeschiktheid.

 

De nationale rechter is aan zet

Nu het HvJ EU het juridisch kader heeft gegeven, is de nationale rechter weer aan zet. Hij zal aan de hand van alle relevante omstandigheden aan de zijde van de medewerker en de economische activiteit die hij uitvoert, dienen vast te stellen wat zijn juridische status is in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn.

Bij die beoordeling is dus van belang dat zzp’ers, die voldoen aan de eerdergenoemde voorwaarden, alsnog als ‘werknemer’ kwalificeren indien sprake is van ondergeschiktheid of fictieve onafhankelijkheid. Het is belangrijk dat (ook) werkgevers zich dit goed (blijven) realiseren.

 

Verder lezen?

Benieuwd naar de toets die de Nederlandse rechter in vergelijkbare zaken eerder heeft aangelegd? In het blog van mijn kantoorgenoot Peter Mauser is te lezen hoe de rechtbank Amsterdam op 15 januari 2019 heeft geoordeeld over de vraag of maaltijdbezorgers van Deliveroo hun werkzaamheden verrichten als zzp’er of op basis van een arbeidsovereenkomst. Zie voor meer achtergronden over dit onderwerp ook het blog dat mijn collega Annette de Jong schreef over de PostNL uitspraken.

 

Bron: HvJ EU 22 april 2020, ECLI:EU:C:2020:288.

 

Share This