Afgelopen periode kopten verschillende kranten dat PostNL stopt met het aannemen van zelfstandige postbezorgers. De uitspraken van verschillende rechters waarin tussen PostNL en de ‘zelfstandige’ postbezorgers een arbeidsovereenkomst is aangenomen, zullen daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen. Is een gesloten overeenkomst van opdracht dan niets waard?

‘Nep-ZZP’ers’ bij Post-NL?

PostNL heeft jarenlang pakketjes laten bezorgen door zelfstandige pakketbezorgers met wie een ´vervoersovereenkomst´ werd gesloten. Deze werkwijze kreeg veel kritiek. De zelfstandige pakketbezorgers zijn een stuk goedkoper dan vast personeel. Volgens de FNV bespaarde PostNL met de zelfstandigen zelfs ruim 30 miljoen per jaar. En de zelfstandigen? Zij kunnen het hoofd steeds moeilijker boven water houden. De vergoeding per bezorgd pakketje zijn steeds verder teruggeschroefd. En bij gebrek aan sociale bescherming, wordt hun situatie nijpend.

Eind vorig jaar en begin dit jaar hebben rechters in een hausse van zaken een oordeel geveld over de vraag of er een overeenkomst van opdracht bestaat of dat er in werkelijkheid sprake is van een arbeidsovereenkomst. De uitkomst van de procedures is wisselend. Het staat op dit moment 9 (geen arbeidsovereenkomst) tegen 3 (wel een arbeidsovereenkomst).

Wat geeft de doorslag?

De sleutel voor het antwoord op de vraag of er een arbeidsovereenkomst bestaat, ligt in artikel 7:610 BW. Gekeken moet worden naar de kernbegrippen arbeid, beloning en gezagsverhouding. Naast het wettelijke toetsingskader is volgens de jurisprudentie van belang hoe partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Op grond van onder meer het standaardarrest Groen/Schoevers (NJ 1998/149) en het recent gewezen Logidex arrest spelen omstandigheden als beloning, ondernemingsrisico, investeringsrisico, aard van de arbeid, instructiebevoegdheid, maatschappelijke positie en mate van zelfstandigheid een rol.

Wat gaf de doorslag bij PostNL?

In de PostNL zaken zijn meerdere aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De meest in het oog springend zijn:

  • de maatschappelijk ongelijkwaardige positie, waarbij het gaat om ongeschoold, laag betaalde arbeid met een hoog productiegehalte
  • het ontbreken van (reële) onderhandelingsruimte bij het aangaan van de overeenkomst van opdracht
  • de zeer gedetailleerde instructies voor vrijwel alles wat met de uitvoering van het werk samenhangt. Die instructies gaan tot het niveau hoe de scanner voor pakjes bevestigd dient te worden aan de broekriem en de kleur en maatvoering van de bus
  • de toepassing van de werkinstructies en huisregels die gelden voor het vaste personeel van PostNL
  • PostNL kan onverwacht straatcontroles uitvoeren
  • PostNL bepaalt eenzijdig de te rijden routes. Er bestaat dus weinig tot geen vrijheid om de werkzaamheden zelf in te delen
  • bij structurele vervanging heeft PostNL het recht om rechtstreeks met die vervanger een overeenkomst te sluiten. Incidentele vervanging is ook moeilijk

Maar er zijn ook contra-indicaties:

  • de pakketbezorgers hebben welbewust een vervoersovereenkomst gesloten en geen arbeidsovereenkomst. De (inmiddels vervallen) van de Belastingdienst verkregen VAR-verklaring, onderstreept zelfstandigheid
  • de pakketbezorgers hebben investeringsrisico’s genomen door het aanschaffen van een (witte) bus
  • door de manier van honorering (betaling per afgeleverd pakketje) is ook sprake van een ondernemingsrisico

Uiteindelijk zijn de ‘omstandigheden van het geval’ bepalend geweest in de uitspraken.

Wel een arbeidsovereenkomst

In de drie uitspraken waarin een arbeidsovereenkomst is aangenomen, heeft het ontbreken aan zelfstandig ondernemerschap de doorslag gegeven. Belang is gehecht aan het moment van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; vlak voor het aangaan van de overeenkomst, zonder dat voordien als zelfstandig vervoerder is gewerkt. En aan het feit dat de bezorgers alleen voor PostNL werkten, waardoor zij in een economisch afhankelijke positie zijn komen te verkeren. Zoals de kantonrechter treffend verwoordt ontstaat eerder het beeld van een gezagsverhouding dan van zelfstandig ondernemerschap.

Geen arbeidsovereenkomst

In de zaken waarin geen arbeidsovereenkomst is aangenomen heeft de partijbedoeling een grote rol gespeeld. De afwijzing van de door PostNL aangeboden arbeidsovereenkomst door de zelfstandige pakketbezorger, die wijst op de bedoeling om daadwerkelijk als zelfstandige te werken, komt in meerdere uitspraken terug. Daarnaast is waarde gehecht aan bijvoorbeeld een langdurige registratie bij de Kamer van Koophandel, het drijven van een onderneming in koeriersdiensten, een structurele vervanging en het hebben van personeel. Het feit dat de pakketbezorger daadwerkelijk voor ogen heeft gestaan om als zelfstandige te werken voor PostNL, waarbij de pakketbezorger de gevolgen daarvan kon overzien, wegen naar het oordeel van de kantonrechters zwaarder dan het feit dat PostNL gedetailleerde instructies gaf voor de uitvoering van het werk en op de uitvoering daarvan toezag.

Schijn bedriegt dus niet altijd?

De kwestie bevestigt dat ‘wezen voor schijn’ gaat, waarbij het enkele etiket dat partijen op hun overeenkomst plakken niet doorslaggevend is. Maar, ik vind dat PostNL er nog redelijk goed vanaf is gekomen. In een groot deel van de zaken had het kwartje de andere kant op de arbeidsovereenkomst kunnen (en wellicht ook moeten) vallen.

PostNL heeft kennelijk geen zin meer in de discussie en heeft aangekondigd met nieuwe pakketbezorgers een arbeidsovereenkomst te sluiten. De vraag is of andere bedrijven de koers van PostNL zullen volgen.

Share This