Voor twee werknemers is na ontslag recht op wachtgeld ontstaan. Tot hun verbazing wordt de wachtgelduitkering verminderd met de prepensioenuitkering die zij ook ontvangen. In een uitspraak van de kantonrechter Overijssel van 5 februari 2019 staat de vraag centraal of de prepensioenuitkering op de wachtgelduitkering in mindering mag worden gebracht. Wilt u weten hoe de kantonrechter over deze kwestie oordeelde? Lees verder!

Wat speelde er?

In verband met de afschaffing van een pre-VUT-regeling voor een bepaalde groep personeelsleden heeft (ex-)werkgever Menzis voor de betreffende werknemers een premievrije aanspraak op prepensioen bij Zwitserleven gefinancierd. Na ontslag is voor de werknemers daarnaast een recht op wachtgeld ontstaan.

Tussen twee werknemers en Menzis was in geschil of de prepensioenuitkeringen ingevolge de Zwitserlevenpolis op het wachtgeld in mindering mochten worden gebracht, omdat de uitkeringen zouden zijn aan te merken als ‘inkomsten’ in de zin van het wachtgeldreglement.

Menzis heeft de uitkeringen ingevolge de Zwitserlevenpolis op het wachtgeld van werknemers in mindering gebracht. De getroffen werknemers waren het hier niet mee eens en hebben zich tot de kantonrechter gewend. Zij stellen primair dat de uitkeringen uit de Zwitserlevenpolis geen inkomsten zijn zoals bedoeld in het wachtgeldreglement en dus niet met het wachtgeld verrekend mogen worden. Daarnaast doen zij een beroep op het vertrouwensbeginsel.

 

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechten zoekt voor de uitleg van het inkomstenbegrip in het wachtgeldreglement aansluiting bij het sociaal zekerheidsrecht. Meer in het bijzonder wordt gekeken naar de vraag of het UWV inkomsten uit prepensioen verrekent met WW-uitkeringen. In beide situaties gaat het immers om een inkomensvoorziening vanwege het beëindigen van een dienstbetrekking door de werkgever terwijl ook de inhoud van het wachtgeldreglement sterke gelijkenis vertoont met de regeling in de WW. De kantonrechter komt tot de slotsom dat de uitkeringen verrekend mogen worden met de wachtgelduitkering.

Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Volgens de kantonrechter is gesteld noch gebleken dat aan de werknemers toezeggingen zijn gedaan op basis waarvan bij hen het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de uitkeringen uit de Zwitserlevenpolis niet gekort worden op de wachtgelduitkeringen.

 

Slotsom

Het komt geregeld voor dat (oud-)werknemers enerzijds inkomen of een uitkering ontvangen en anderzijds (pre)pensioen. Of de (pre)pensioenuitkering in minder moet worden gebracht op het inkomen of de uitkering, is afhankelijk van de inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen. In dit geval was in het wachtgeldreglement bepaald dat inkomsten in mindering werden gebracht op de wachtgelduitkering. Het begrip inkomsten was echter niet gedefinieerd. De rechter geeft aan dat, nu het om een collectieve regeling gaat die de rechtspositie van meer werknemers regelt, het wachtgeldreglement naar objectieve maatstaven moet worden uitgelegd. Een werkgever die niet wil worden ‘overgeleverd’ aan de manier waarop die uitleg door de rechter wordt toegepast, doet er goed aan zijn reglementen zodanig vorm te geven dat dit soort belangrijke begrippen goed zijn uitgelegd in de regeling, zodat daarover geen discussie kan bestaan.

Bron: Rechtbank Overijssel 5 februari 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:498

Share This