Een ambtenaar van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) prikt met een pen in de hand van een gedetineerde, waardoor deze lichamelijk letsel oploopt. De Minister van Veiligheid en Justitie kwalificeert dit als ernstig plichtsverzuim en verleent de ambtenaar strafontslag. De Centrale Raad van Beroep zet echter een streep door het ontslagbesluit, omdat onvoldoende onderzocht is of het plichtsverzuim toerekenbaar is.

Is dit terecht? Wanneer is sprake van toerekenbaar plichtsverzuim en wanneer moet je als werkgever nader onderzoek doen?

Wat was hier aan de hand?

De ambtenaar is bijna twintig jaar werkzaam als ‘senior medewerker arbeid’ bij een Penitentiaire Inrichting. In deze functie stuurt de ambtenaar gedetineerden op een werkzaal aan. Tijdens een functioneringsgesprek met zijn leidinggevende legt de ambtenaar zijn seniorschap neer, omdat hij naar eigen zeggen werkdruk ervaart. Vier dagen later prikt de ambtenaar met een pen een gedetineerde in zijn hand, waardoor deze lichamelijk letsel oploopt.

De minister uit vervolgens het voornemen de ambtenaar strafontslag te verlenen in verband met schending van de Gedragscode DJI. Bij het naar voren brengen van zijn zienswijze legt de ambtenaar verklaringen van de huisarts en van de psycholoog over bij wie hij sinds vlak na het incident in behandeling is. Desalniettemin gaat de minister over tot strafontslag. De ambtenaar gaat in bezwaar en stelt vervolgens beroep in. Bij de rechtbank krijgt de ambtenaar gelijk. De rechtbank herroept het ontslagbesluit, omdat de minister onder meer onvoldoende onderzocht heeft of het plichtsverzuim aan de ambtenaar is toe te rekenen. De minister gaat tegen dit oordeel in hoger beroep en meent dat het plichtverzuim wel degelijk toerekenbaar is.

Toerekenbaar plichtsverzuim

Wanneer is plichtsverzuim toerekenbaar? Indien een ambtenaar zich schuldig maakt aan (zeer) ernstig plichtsverzuim kan overwogen worden om strafontslag te verlenen. Eén van de eisen is dat de gedraging die de ambtenaar wordt verweten hem kan worden toegerekend. Met andere woorden, kan de ambtenaar verantwoordelijk worden gehouden voor het door hem gepleegde plichtsverzuim?

De vraag of het plichtsverzuim is aan te merken als toerekenbaar plichtsverzuim is volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep een vraag naar de ‘juridische kwalificatie van het betrokken feitencomplex’. Voor de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim is van belang of de ambtenaar ten tijde van de gedraging in staat was de ontoelaatbaarheid daarvan in te zien en of hij in staat was overeenkomstig dit inzicht te handelen en de gedraging achterwege te laten. Hier is in de praktijk snel sprake van.

Indien bij een werkgever twijfel bestaat over de mentale of fysieke gesteldheid van een ambtenaar, dient hier onderzoek naar gedaan te worden. Dit blijkt weer eens te meer uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Onderzoek naar de toerekenbaarheid

Is het oordeel van rechtbank terecht dat de minister in het geval van de prikkende ambtenaar onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim? De minister voert in dat verband aan dat de toerekenbaarheid van het plichtsverzuim voor hem voldoende vaststond, omdat de psychische klachten van de ambtenaar pas na het ‘pen-incident’ aan de orde zijn gekomen. Ook de pas ná het incident door de ambtenaar bezochte medici hebben nadrukkelijk niet verklaard dat de klachten ten tijde van het incident al bestonden. Daarnaast was er voor de leidinggevende van de ambtenaar geen enkele aanleiding de ambtenaar nader te onderzoeken. Ook niet nadat de ambtenaar vlak voor het incident zijn seniorfunctie had neergelegd, omdat dit volgens de minister op verzoek van de leidinggevende is gebeurd.

De Centrale Raad van Beroep volgt dit standpunt van de minister niet en overweegt daartoe als volgt. De Raad is van oordeel dat er voor de minister in de periode die voorafging aan het ontslagbesluit aanwijzingen waren die konden duiden op de mogelijkheid van verminderde toerekenbaarheid van de ambtenaar. De ambtenaar had vanwege de werkdruk zijn seniortaken neergelegd en uit de door de ambtenaar overgelegde verklaringen van de huisarts en de psycholoog blijkt dat aan het incident een periode vooraf is gegaan waarin sfeer en gebeurtenissen op het werk, in samenhang met de gesloten persoonlijkheid van de ambtenaar, konden leiden tot opgekropte klachten. Dat deze verklaringen pas zijn opgemaakt na het gepleegde plichtsverzuim doet niet af aan het belang van de verklaringen, aldus de Raad. De Raad oordeelt dan ook dat voornoemde aanwijzingen tezamen bij de minister twijfels moesten doen rijzen aan de geestesgesteldheid van de ambtenaar. Nu de minister zelfs na de uitspraak van de rechtbank, waarin dit gebrek is vastgesteld, geen aanleiding heeft gezien om alsnog nader onderzoek te laten doen naar de toerekenbaarheid van het handelen van de ambtenaar, oordeelt de Raad terecht dat dit gebrek voor risico van de minister dient te komen en dat het ontslagbesluit geen stand kan houden.

Kort en goed geldt in deze situaties dus: bij (enige) twijfel, pleeg onderzoek! Hiermee voorkom je dat je ontslagbesluit bij de rechter geen stand houdt.

Bron: CRvB 7 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2543

 

Share This