Een werknemer bouwt als deelnemer pensioen op bij PMT. PMT heeft de werknemer onjuist geïnformeerd over de hoogte van zijn pensioen. In een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 29 januari 2019 staat de vraag centraal of PMT gebonden was aan de informatie over de hoogte van het pensioen van de werknemer. Wilt u weten hoe het hof over deze kwestie oordeelde? Lees verder!

Wat speelde er?

De Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) heeft de werknemer op 2 juli 2010 laten weten op welke bedragen hij recht zou hebben als hij op 1 augustus 2010 uit dienst treedt. Deze bedragen bleken echter onjuist te zijn waardoor de pensioenaanspraken naar beneden zouden worden aangepast.

De werknemer is vervolgens een procedure gestart tegen PMT. Bij de kantonrechter heeft de werknemer onder meer betoogd dat hij aanspraak heeft op de in de brief van 2 juli 2010 toegekende bedragen. De kantonrechter heeft de werknemer in het gelijk gesteld. PMT was het hier niet mee eens en is in hoger beroep gegaan.

Oordeel van het hof

Het hof oordeelt dat de hoogte van het pensioen rechtstreeks voortvloeit uit het pensioenreglement en dus niet wijzigt door de onjuiste informatie van PMT.

Daarnaast is het hof van oordeel dat de werknemer er – op basis van de door PMT aan hem verstrekte informatie – niet gerechtvaardigd op kan hebben vertrouwd dat PMT de wil had om hem bedragen toe te kennen die hoger waren dan hem op grond van het pensioenreglement toekwamen.

Slotsom

In deze uitspraak oordeelt het hof – in lijn met vaste rechtspraak – dat het pensioenreglement leidend is (en blijft) wat betreft de (hoogte van de) pensioenaanspraken, zie bijvoorbeeld de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 april 2018. De pensioenaanspraken volgen immers uit het pensioenreglement, dat is gebaseerd op de pensioenovereenkomst. Indien een pensioenuitvoerder foutieve informatie verstrekt over de (hoogte van de) pensioenaanspraken, levert dat in beginsel geen hoger recht op dan het recht dat voortvloeit uit het reglement. Vanzelfsprekend mag een pensioenuitvoerder geen foutieve informatie verschaffen.

De informatie die de pensioenuitvoerder verstrekt of beschikbaar stelt, dient namelijk correct, duidelijk en evenwichtig te zijn. Dit is in artikel 48 PW neergelegd. In strijd handelen met deze bepaling levert dus onrechtmatigheid op. In beginsel is de pensioenuitvoerder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. In dit geval had betrokkene (in de procedure bij de kantonrechter) echter niet aangetoond schade te hebben geleden en tegen dit oordeel is hij in hoger beroep niet opgekomen.

Het ging in deze zaak dus enkel om de vraag of het gerechtvaardigd vertrouwen was gewekt dat recht bestond op een hoger pensioen dan voortvloeide uit het pensioenreglement. Dat wordt in de rechtspraak vrijwel nooit aangenomen. Alleen wanneer de onjuiste informatie gedurende een lange periode meermaals is verstrekt, kan een situatie ontstaan waarin de rechter oordeelt dat recht bestaat op een hoger pensioen dan vastgelegd in het pensioenreglement.

Pensioenuitvoerders let op!

Pensioenuitvoerders let dus goed op! Pensioenaanspraken volgen uit de pensioenovereenkomst en het pensioenreglement. Bij foute informatieverstrekking door de pensioenuitvoerder, blijft het pensioenreglement in beginsel leidend. Het verstrekken van – kort gezegd – onjuiste informatie kan leiden tot aansprakelijkheid voor eventueel daaruit voortvloeiende schade!

Bronnen

Share This