Tijdens de Nuclear Security Summit in Den Haag rijdt een hoofdagent op zijn motor een zwaar beveiligd en afgeschermd gebied in. Dit is in strijd met de uitdrukkelijk door zijn leidinggevende gegeven instructie. De korpschef oordeelt dat een verbeterkans zinloos is en verleent de hoofdagent een ongeschiktheidsontslag. Anders dan de rechtbank laat de Centrale Raad van Beroep het ontslag in stand.

Is dat terecht? Wanneer is een ambtenaar ongeschikt voor zijn functie? En wanneer moet je als werkgever iemand eerst een verbeterkans bieden?  

Het ongeschiktheidsontslag

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet de ongeschiktheid van een ambtenaar zich uiten in het ontbreken van eigenschappen, mentaliteit en/of instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie vereist zijn. Voorbeelden van ongeschiktheid zijn: disfunctioneren, tekortschieten in loyaliteit, het niet beschikken over voldoende gevoel voor hiërarchische en ambtelijke verhoudingen en wangedrag op de werkplek.

De bewijslast ten aanzien van een ontslag vanwege disfunctioneren rust op het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan dient het ongeschiktheidsoordeel te onderbouwen met concrete feiten, omstandigheden, voorbeelden of voorvallen waaruit blijkt dat de ambtenaar tekort is geschoten in zijn functioneren. Een ontslag op grond van ongeschiktheid kan niet alleen worden gebaseerd op beweringen of stellingen over de ongeschiktheid van de ambtenaar.

Daarbij is ook van belang dat het bestuursorgaan de ambtenaar op zijn functioneren of gedrag heeft aangesproken en de ambtenaar in de gelegenheid heeft gesteld dit te verbeteren. Dit is alleen anders in ‘als uitzonderlijk aan te merken situaties’ waarin het bieden van een verbeterkans niet zinvol zou zijn. Die conclusie mag slechts in bijzonder sprekende gevallen getrokken worden. Een dergelijk bijzonder sprekend geval treffen we aan in de hiervoor al genoemde recente uitspraak van de Centrale Raad.

Wat was daar aan de hand?

Op 24 en 25 maart 2014 vond in Nederland de Nuclear Security Summit 2014 (NSS) plaats. Aangezien veel wereldleiders de NSS zouden bijwonen, waren vanaf 23 maart 2014 rond Schiphol strenge veiligheidsmaatregelen genomen. Grote delen van het gebied waren afgesloten voor verkeer. Op 23 maart 2014 kwam er een melding binnen dat een ambtenaar (hoofdagent) die al bijna vijfentwintig jaar in dienst was bij de politie, in burgerkleding op een onopvallende dienstmotor en in strijd met de instructies in het kader van de NSS op eigen initiatief en zonder opdracht een afgeschermde sector heeft betreden. Deze actie van de hoofdagent had tot gevolg dat twee delegaties door middel van noodprocedures alternatieve routes hebben moeten volgen. Als gevolg van deze melding is een disciplinair onderzoek gestart. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de korpschef de ambtenaar ontslagen op grond van ongeschiktheid.

De ambtenaar is een procedure gestart en krijgt bij de rechtbank gelijk. Het ongeschiktheidsontslag werd vernietigd, omdat de concrete gedragingen van de ambtenaar in de gegeven omstandigheden onvoldoende grondslag gaven voor het gegeven ongeschiktheidsontslag. Onvoldoende stond volgens de rechtbank vast dat de ambtenaar zich er bewust van had moeten zijn dat zijn gedrag zeer onwenselijk was en een veiligheidsrisico meebracht, collega’s bij de controleposten waren zich daar immers ook niet van bewust: zij hebben hem immers het NSS-gebied ingelaten. De korpschef is vervolgens in hoger beroep gegaan.

Oordeel van de Centrale Raad van Beroep

Beoordeeld dient te worden of de korpschef inderdaad ten onrechte een ongeschiktheidsontslag aan de ambtenaar heeft verleend.

De ambtenaar meent van wel. Als verklaring voor het betreden van het NSS-gebied stelt de ambtenaar dat hij gevolg gaf aan een melding en dat de snelste manier om daar te komen door het afgesloten gebied was. Daarbij stelt hij dat hij (i) niet wist dat hij het afgesloten gebied niet mocht betreden, (ii) daarover geen instructies had ontvangen en (iii) bij de diverse controleposten op vertoon van zijn politielegitimatie is doorgelaten.

De Centrale Raad van Beroep acht de verklaring van de ambtenaar niet aannemelijk. Anders dan de rechtbank, oordeelt de Raad dat het vaststaat dat het, ook zonder specifieke instructies of briefing inzake de toegankelijkheid van het afgesloten gebied, gezien de aanwezige politieposten en wegversperringen voor de ambtenaar duidelijk had moeten zijn dat hij zonder taak in het kader van de NSS buiten het NSS-gebied diende te blijven. Het enkele feit dat de ambtenaar bij diverse controleposten is doorgelaten, zonder over de vereiste accreditatiepas te beschikken, doet niet af aan zijn eigen verantwoordelijkheid ter zake. Hij had zich gelet op zijn functie en jarenlange ervaring ervan bewust moeten zijn dat het, zonder opdracht en zonder dat hij herkenbaar was als politieambtenaar, betreden van het zwaar beveiligde en afgesloten NSS-gebied zeer onwenselijk was en onaanvaardbare veiligheidsrisico’s voor zichzelf en anderen met zich bracht.

De Raad oordeelt dat de korpschef derhalve terecht geconcludeerd heeft dat, gelet op de gedragingen van de ambtenaar en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, de ambtenaar niet beschikt over de eigenschappen, mentaliteit en instelling die zijn vereist voor het op goede wijze vervullen van zijn functie. Daarbij heeft de korpschef volgens de Raad terecht bijzonder gewicht toegekend aan het feit dat de ambtenaar kort daarvoor nog disciplinair was gestraft, waarbij hij toen ook zonder enige noodzaak een onaanvaardbaar veiligheidsrisico nam.

Aangezien de ambtenaar – ook tijdens de zitting – geen inzicht heeft getoond in de ernst van zijn gedragingen en in de noodzaak om zijn gedrag te veranderen, concludeert de Raad dat sprake is van een uitzonderlijke situatie waardoor een verbeterkans niet zinvol is.

Conclusie voor de praktijk?

Deze uitspraak van de Centrale Raad biedt weer een mooi voorbeeld van een situatie waarin een verbeterkans zinloos wordt geacht. Op het moment dat een ambtenaar (tot op het laatste moment) geen inzicht toont in de ernst van zijn gedragingen en in de noodzaak om zijn gedrag te veranderen, mag een verbeterkans achterwege blijven en kan direct een ongeschiktheidsontslag worden gegeven. Deze lijn is wel te volgen. Is een situatie in de praktijk niet zo zwart-wit, wees dan altijd voorzichtig met het achterwege laten van een verbeterkans. De Raad is streng en een vernietigd ontslagbesluit is voor niemand wenselijk.

Bron: CRvB 25 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3169

Share This