Een werknemer neemt deel in de pensioenregeling bij een pensioenfonds. Vanwege het onderbreken van zijn pensioenregeling, past het pensioenfonds een pensioenknip toe. Als gevolg hiervan ontvangt de werknemer een veel lager pensioen. In een uitspraak van het gerechtshof Den Bosch van 19 juni 2018 staat de vraag centraal of het pensioenfonds de deelnemer had moeten informeren over het (kunnen) toepassen van de pensioenknip. Wilt u weten hoe het hof oordeelde? Lees verder!

Wat speelde er?

Deze zaak betrof een geschil tussen Stichting Pensioenfonds ABP (ABP) en een werknemer die deelnam in de pensioenregeling van ABP. De werknemer nam gedurende zijn werkzame leven, met uitzondering van een periode waarin hij als zelfstandige werkzaam was, deel in de pensioenregeling. Omdat de deelname in de pensioenregeling werd onderbroken in de periode waarin de werknemer als zelfstandige werkzaam was, paste ABP een pensioenknip toe. Een pensioenknip wordt toegepast als de deelname in de pensioenregeling enige tijd wordt onderbroken.

Toen de werknemer uiteindelijk zijn ouderdomspensioen ontving, was dat 55% van zijn laatste salaris. Met deze hoogte was hij het niet eens. Hij verwachtte – op basis van de aan hem verstrekte pensioenoverzichten – dat zijn pensioen 70% van zijn laatste salaris zou bedragen. Door toepassing van de pensioenknip was dit echter niet het geval.

De werknemer stapte naar de rechter en stelde zich op het standpunt dat de mogelijkheid van een pensioenknip en de gevolgen daarvan nooit op de pensioenoverzichten waren vermeld en dat ABP hem daar ook niet op enig ander moment op had gewezen. Nadat de kantonrechter de vorderingen van de werknemer had afgewezen, was het hof aan zet.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de werknemer op de pensioenoverzichten concreet kon zien welke bedragen op de pensioengerechtigde leeftijd aan hem uitgekeerd zouden kunnen worden. Deze bedragen waren (veel) lager dan het bedrag dat werknemer verwachtte. De op de pensioenoverzichten vermelde percentages waren steeds lager dan 70%, soms zelfs onder de 55%. In dit verband is volgens het hof ook van belang dat:

  • de pensioenoverzichten melding maken van een mogelijk pensioentekort;
  • de werknemer is gewezen op de mogelijkheid dit bij te verzekeren;
  • de werknemer naar aanleiding hiervan geen vragen heeft gesteld aan ABP of daarnaar onderzoek heeft gedaan; en
  • ABP waarschuwde tegen een mogelijk pensioentekort.

Het hof komt tot de slotsom dat, nu ABP in de pensioenoverzichten concreet de bedragen had genoemd die voor werknemer van toepassing waren (met toepassing van de pensioenknip), niet valt in te zien waarom ABP hierover had moeten meedelen dat zij de pensioenknip had toegepast.

Pensioenknip en pensioentekort

In het hiervoor besproken arrest is door de toepassing van de pensioenknip door ABP bij de werknemer een pensioentekort ontstaan. Dat komt omdat het pensioen bij ABP tot 2004 volgens een eindloonregeling werd opgebouwd. Bij een eindloonregeling worden – kort gezegd – salarisverhogingen (met terugwerkende kracht) doorberekend in het pensioen. De eindloonregeling is met andere woorden een pensioenregeling waarbij het pensioen is gebaseerd op het laatstverdiende salaris van de deelnemer.

Wat betreft de werknemer werkte de eindloonregeling niet meer terug tot de aanvang in 1963 van zijn eerste dienstverband, waarbij hij deelnam in de pensioenregeling van ABP. De eindloonregeling werkte slechts terug tot de hervatting van zijn dienstverband in 1982, na de periode waarin hij als zelfstandige werkzaam was geweest. Salarisstijgingen ná 1963 werkten dus niet meer door over de gehele diensttijd van de werknemer. Dit leidde tot een pensioentekort vanwege een onvolledige opbouw van het pensioen.

Slotsom

De hiervoor beschreven toegepaste pensioenknip was in lijn met het pensioenreglement van ABP. Uit informatie van ABP leidde de werknemer echter af dat hij recht had op een hoger pensioen dan hem was toegekend. Dat kon de werknemer niet baten. Het pensioenreglement bepaalt namelijk waar een werknemer tegenover de pensioenuitvoerder recht op heeft; dat is het uitgangspunt.

Als een pensioenuitvoerder een fout maakt bij het verstrekken van informatie, betekent dit in het algemeen niet dat daarmee een hoger recht ontstaat. Dat kan onder omstandigheden anders zijn, voornamelijk wanneer die foute informatie gedurende een lange tijd is verstrekt en betrokkene erop mocht rekenen dat hij aanspraak had op de hogere aanspraak. In dit geval was daar geen sprake van.

Bronnen

you're currently offline

Share This