Op 29 september 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep zich voor het eerst uitgelaten over het ontslag van een ambtenaar vanwege zijn lidmaatschap van motorclub Satudarah.

De vraag is welke duidelijkheid deze uitspraak biedt: mag je als werkgever een ambtenaar wel of niet ontslaan om deze reden?

Achtergrond

Een paar jaar geleden barstte de discussie weer los. Leden van de motorclub Hells Angels bleken werkzaam te zijn als gemeenteambtenaar. De vraag die daarbij direct naar voren kwam was of een dergelijk lidmaatschap wel verenigbaar is met het zijn van goed ambtenaar.

Naar aanleiding van die discussie heeft het kabinet in 2013 het volgende standpunt ingenomen over de ‘verenigbaarheid van het lidmaatschap van een zogenaamde outlaw bikers motorclub of 1%-motorclub met het ambtenaarschap’: “het kabinet acht het ongewenst dat ambtenaren ook in privésituaties willens en wetens in omgevingen met personen verkeren die min of meer structureel normen en wetten overtreden. Het lidmaatschap van een vereniging waarvan de individuele leden crimineel gedrag vertonen, is in elk geval als een dergelijke situatie te beschouwen.”

Dit standpunt is uitgewerkt in de Circulaire Ongewenste Privécontacten Rijksambtenaren. Hoewel deze Circulaire de overheidswerkgever enige handvatten bood, bleef enigszins onzeker of een ontslag van een ambtenaar vanwege zijn lidmaatschap in een rechterlijke procedure zou standhouden. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 september 2016 biedt voor de beantwoording van die vraag extra handvatten.

Wat speelde in deze zaak?

De ambtenaar is werkzaam als sociotherapeut in het Forensisch Psychiatrisch Centrum en sinds 2002 lid van een chapter van motorclub Satudarah. Kort na een gesprek tussen de leidinggevende en de ambtenaar, waarin de ambtenaar weigert antwoord te geven op de vraag of hij lid is van Satudarah, wordt de ambtenaar ontslagen.

Onverenigbaar met de functie

De minister is van oordeel dat het lidmaatschap van Satudarah onverenigbaar is met de functie van de ambtenaar.  In zijn werk als sociotherapeut is hij namelijk dagelijks in contact met TBS-patiënten waarvoor geldt dat zij afscheid moeten nemen van een crimineel verleden. De ambtenaar vervult in dat verband een belangrijke voorbeeldfunctie. Het feit dat de ambtenaar zich in een crimineel milieu begeeft en dit verenigbaar vindt met zijn rol als sociotherapeut, levert volgens de minister een zeer ongewenste, onprofessionele behandelrelatie op die zeer risicovol is voor de behandeling van patiënten. Dit maakt de ambtenaar ongeschikt voor zijn functie. Bieden van een verbeterkans acht de minister zinloos. De minister zoekt tevens aansluiting bij de Circulaire Ongewenste Privécontacten waarin staat dat van een ambtenaar al snel kan worden verlangd het lidmaatschap van een zogenoemde ‘1%-motorclub’ – ook wel aangeduid als ‘Outlaw Motorcycle Gang’ (OMG) – waarvan bekend is dat de individuele leden structureel crimineel of normoverschrijdend gedrag vertonen, te beëindigen.

De ambtenaar legt zich niet bij het ontslag neer en legt de zaak uiteindelijk voor aan de Centrale Raad van Beroep.

Hoe oordeelt de rechter?

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in de eerste plaats dat hoezeer de zorgen van de minister voor wat betreft het lidmaatschap van de ambtenaar bij Satudarah ook terecht zijn, dit niet betekent dat geen zorgvuldige afweging meer hoeft plaats te vinden voordat tot ontslag kan worden overgegaan. Die zorgvuldige afweging is ook de grondgedachte van de Circulaire Ongewenste Privécontacten waar de minister het ontslagbesluit deels op heeft gebaseerd.

Individuele afweging nodig

Binnen die afweging spelen de zorgen van de minister een rol, maar mogen het recht op respect voor het privéleven van de ambtenaar en diens recht op vreedzame vereniging en vergadering ook niet uit het oog worden verloren. Een individuele afweging op basis van de specifieke omstandigheden van het individuele geval dient volgens de Raad dan ook voorop te staan, waarbij er ten minste een verband dient te zijn met de functie van de ambtenaar. Naar het oordeel van de Raad heeft de minister daar om de volgende redenen niet aan voldaan:

  • De minister heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het lidmaatschap van enig chapter van Satudarah onverenigbaar is met iedere functie binnen het ministerie. Een dergelijk algemeen standpunt is in strijd met het vereiste van een individuele afweging.
  • Aspecten zoals het langdurig dienstverband van de ambtenaar, waarbinnen zijn eveneens reeds lang bestaande Satudarah-lidmaatschap nooit tot problemen heeft geleid, zijn niet bij de afweging betrokken. Dit maakt de afweging niet zorgvuldig.
  • Er is ten onrechte geen herplaatsingsonderzoek verricht.
  • De minister beschikte over onvoldoende specifieke informatie over (het reilen en zeilen bij) de chapter. Bovendien is daarover ook nooit met de ambtenaar van gedachten gewisseld.

De Raad concludeert dan ook dat vanwege het ontbreken van een zorgvuldige, individuele belangenafweging, het ongeschiktheidsontslag geen stand kan houden.

Ontslag kan, mits…

Hoewel het ontslag in dit geval geen stand houdt, meen ik dat de Centrale Raad van Beroep niet heeft willen zeggen dat een ontslag van een zgn. ‘Satudarah-ambtenaar’ in het geheel niet mogelijk is. Juist niet, zou ik denken: ontslag is mogelijk, maar maatwerk is vereist.

Goed ambtenaarschap

Uitgangspunt blijft in ieder geval het goed ambtenaarschap. Een ambtenaar is verplicht zich als goed ambtenaar te gedragen, aldus artikel 125ter van de Ambtenarenwet. Bepaalde gedragingen of contacten in de privésfeer kunnen de overheid in een negatief daglicht stellen en kunnen daarom in strijd zijn met het goed ambtenaarschap. Of er in een specifieke situatie sprake is van een gebrek aan goed ambtenaarschap is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de functie die de ambtenaar vervult.

Bepaalde functies hebben een groter integriteitsrisico waardoor er zwaardere eisen mogen worden gesteld aan de ambtenaar. Dit is onder andere het geval bij vertrouwensfuncties en voorbeeldfuncties, maar het geldt ook voor functies waarbij de ambtenaar zichtbaar is voor het publiek of functies waarin er veel contacten zijn met het publiek, zoals bij veel functies in het domein van veiligheid, handhaving of rechtspraak.

In ieder geval kan uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep worden afgeleid dat het deel uitmaken van of contacten hebben met clubs waarvan individuele leden zich schuldig maken aan crimineel gedrag (zoals Satudarah), op gespannen voet kan staan met de integriteit waar goed ambtenaarschap om vraagt. Om die reden kan een dergelijk lidmaatschap dan ook leiden tot ontslag.

Stappenplan

Zorg er als overheidsinstantie voor dat je bij het treffen van rechtspositionele maatregelen richting een Satudarah-ambtenaar zorgvuldig handelt. Het RIEC heeft in dat kader het volgende behulpzame stappenplan uitgewerkt:

  • Zorg voor een helder (integriteits)beleid of een heldere gedragscode waarin staat verwoord dat het ongewenst is dat ambtenaren in privésituaties willens en wetens in omgevingen verkeren die min of meer structureel normen en wetten overtreden.
  • Geef intern kenbaarheid aan dit beleid.
  • Wees alert op signalen van ambtenaren waaruit kan worden opgemaakt dat zij lid zijn van een ‘1% motorclub’.
  • Als een ambtenaar zich niet houdt of niet lijkt te houden aan het beleid, ga dan met de ambtenaar in gesprek.
Het gesprek

In dit gesprek kan een leidinggevende het met de ambtenaar hebben over de vraag of zijn lidmaatschap al dan niet verenigbaar is met zijn functie binnen de overheid, waarbij onder meer de positie van de ambtenaar binnen de motorclub een rol speelt. In dit gesprek kan de ambtenaar ook worden gevraagd of hij bereid is zijn lidmaatschap van de motorclub op te zeggen. Is de ambtenaar daartoe niet bereid en is de werkgever van oordeel dat sprake is van een gebrek aan goed ambtenaarschap, dan kan een disciplinaire maatregel of een ontslag overwogen worden.

Zorgvuldige individuele afweging

Let wel, voor een ontslag is een zorgvuldige afweging vereist. Houd bij de besluitvorming dan ook rekening met de specifieke omstandigheden van de individuele ambtenaar. Kijk daarbij niet alleen naar het verband met de functie van de ambtenaar, maar ook naar de duur van het dienstverband, de mate waarin het lidmaatschap daadwerkelijk een probleem is geweest gedurende het dienstverband, de positie van de ambtenaar binnen de ‘1% motorclub’ en eventuele problemen met de motorclub binnen bijvoorbeeld de gemeente.

Bronnen:

Share This