Ongeveer een jaar geleden verscheen op dit blog een bijdrage over het ‘luizengaatje’: het geval waarin een werknemer een (gedeeltelijke) transitievergoeding krijgt, ondanks het feit dat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Zelfs bij ernstig verwijtbaar handelen kan toch recht bestaan op de transitievergoeding, als het niet toekennen daarvan ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn’. Deze regel is neergelegd in artikel 7:673 lid 8 BW. Inmiddels zijn we een jaar en een aantal interessante uitspraken verder. Hoe wordt artikel 7:673 lid 8 BW na twee jaar WWZ toegepast?

Kleine misstap, lang dienstverband

Een eerste voorbeeld betreft een uitspraak van de kantonrechter Haarlem. Op beeldmateriaal was te zien dat de werknemer (55 jaar oud) en sinds 15 jaar werkzaam op Schiphol,  in een tijdsbestek van vijf minuten drie koffers ongeopend liet passeren, terwijl hij die volgens het werkprotocol had moeten openen. Dit rechtvaardigde volgens de kantonrechter een ontslag op staande voet en leverde bovendien ernstig verwijtbaar handelen op. Gelet op de leeftijd, lengte van het dienstverband en goede staat van dienst achtte de kantonrechter het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid echter onaanvaardbaar om geen transitievergoeding toe te kennen.

Ook de 55- jarige werknemer in dienst van UPS, die door het wegnemen van drie pennen uit een beschadigd pakket ernstig verwijtbaar handelde, kreeg toch een gedeeltelijke transitievergoeding toegekend. Daarbij achtte de kantonrechter het lange dienstverband (de werknemer was sinds 2003 in dienst), het feit dat het een relatief kleine misstap betrof en de werknemer altijd goed had gefunctioneerd van belang.

In voornoemde uitspraken zijn (alleen) de leeftijd, lengte van het dienstverband en het functioneren meegenomen bij de beoordeling of een transitievergoeding diende te worden toegekend. Dat komt overeen met de parlementaire geschiedenis, waarin is aangegeven dat het luizengaatje kan worden benut in geval van een relatief kleine misstap bij een lang en verder onberispelijk dienstverband.

Meer omstandigheden

In een uitspraak van de kantonrechter Zaanstad worden méér omstandigheden betrokken bij de beoordeling of de werknemer via het luizengaatje een transitievergoeding toekomt.

De kwestie betrof een supermarkmedewerkster van Deen supermarkten, die een hap nam uit een – voor de afvalcontainer bestemde – donut. De arbeidsovereenkomst werd wegens ernstig verwijtbaar handelen ontbonden. Daarbij achtte de kantonrechter van belang dat het incident met de donut niet de eerste overtreding van de huisregels betrof: werkneemster was verschillende malen gewaarschuwd, ook voor het eten van producten zonder toestemming. Vervolgens kende de kantonrechter echter de helft van de transitievergoeding toe en onderbouwt dat – niet geheel consequent – met het oordeel dat hier sprake is van een eenmalige misstap. De kantonrechter woog voorts mee dat de medewerkster al 17 jaar in dienst was, de ontbinding van de arbeidsovereenkomst gevolgen had voor haar inkomenspositie als alleenstaande ouder en zij gezien haar eenzijdige arbeidsverleden niet gemakkelijk een andere, vergelijkbare baan zou vinden.

De kantonrechter Eindhoven achtte bij de beoordeling van het luizengaatje van belang dat de werkneemster in haar functie van teamleider een voorbeeldfunctie binnen KPN vervulde en zij op grond van eerdere voorvallen bij KPN redelijkerwijs had kunnen weten dat KPN haar beleid strikt zou handhaven. Om die reden bleef het beroep van de werkneemster op het luizengaatje zonder succes.

In hoger beroep

Ook hoven betrekken méér omstandigheden bij de beoordeling van een beroep op het luizengaatje dan uitsluitend de aanwijzingen van de wetgever. Het Hof Den Bosch oordeelde dat gedragingen van de werknemer, die ruim anderhalf jaar XTC en erectiebevorderende pillen verkocht op feestjes in zijn privékring, niet kwalificeerden als eenmalige, relatief kleine misstap. Vervolgens overwoog het Hof dat de omstandigheden dat de werknemer niet tijdens werktijd of op de werkvloer gehandeld had, strafrechtelijk is vervolgd, buurtbewoners op de hoogte zijn gesteld en hij geen WW- of bijstandsuitkering ontving, niet voldoende zijn om toch een transitievergoeding toe te kennen.

Samenvattend

Uit de uitspraken over artikel 7:673 lid 8 BW blijkt dat alle omstandigheden worden betrokken bij de toets of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om geen transitievergoeding toe te kennen. De beoordeling wordt niet beperkt tot de aanwijzing die in de parlementaire geschiedenis is gegeven. Door werknemers worden die persoonlijke omstandigheden echter niet altijd aangevoerd. Dat zou bij de beoordeling van een beroep op het luizengaatje echter wel kunnen helpen.

Bronnen

Dit blog is een bewerking van een deel van het artikel “Twee jaar verwijtbaar handelen door de werknemer: een analyse van de rechtspraak”, E. Wies en M.A. Schneider in ArbeidsRecht 2017/29.

Zie ook ons blog: Het ‘luizengaatje’: wie past er door?

 

Share This