Iedere werkgever heeft het meegemaakt: na een 104-weken durend re-integratietraject van een zieke werknemer waarin alle aanwijzingen van de ingeschakelde arbodienst nauwgezet zijn opgevolgd, legt het UWV alsnog een loonsanctie op. Dat is niet alleen frustrerend, maar ook kostbaar. Kan het lonen om de bedrijfsarts voor deze kosten aansprakelijk te houden?

Loonsanctie

Het UWV heeft de mogelijkheid om de werkgever een loonsanctie op te leggen indien de werkgever volgens het UWV niet genoeg heeft gedaan aan de re-integratie van haar zieke werknemer. In dat geval wordt de door de werknemer aangevraagde WIA-uitkering afgewezen en dient de werkgever nog eens maximaal 1 jaar (naast de al verstreken 104 weken) het loon van de werknemer door te betalen. Ontslag van de werknemer is niet mogelijk zo lang de loonsanctie voortduurt.

Hoewel de werkgever bezwaar kan maken tegen een opgelegde loonsanctie, blijkt uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat werkgevers veelal bot vangen. Naar het oordeel van de CRvB ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de re-integratie van de werknemer bij de werkgever. Het in de praktijk veel voorkomende verweer vanuit de werkgever dat zij hebben vertrouwd op het advies van de arbodienst en daar naar hebben gehandeld, disculpeert de werkgever naar het oordeel van de CRvB daarom niet.

Dat voelt voor werkgevers onterecht, omdat juist een arbodienst is ingeschakeld vanwege diens expertise. De verplichting tot het sluiten van een contract met een gecertificeerde arbodienst (of het treffen van een maatwerkregeling) vloeit ook voort uit de arbo-wet.

Fout van de arbodienst?

Indien de arbodienst gedurende het re-integratie traject steken heeft laten vallen, kan het lonen om de arbodienst aansprakelijk te stellen voor de schade die voortvloeit uit de loonsanctie voor het geval het instellen van bezwaar (en eventueel beroep) op niets uit loopt. Denk daarbij aan een door de arbodienst gemaakte beroepsfout door niet toe te zien op een adequate behandeling van de werknemer (JAR 2015/183), de situatie dat het tweede spoor te laat is opgestart (JAR 2013/153), indien de arbodienst onvoldoende actief is opgetreden (JAR 2006/300) en de situatie waarin de arbodienst verzuimt om navraag te doen naar het WAO-verleden van de arbeidsongeschikte werkneemster (JAR 2015/144).

Aansprakelijkheidsstelling kan lonen

Het Hof in Den Haag heeft recentelijk in haar arrest van 26 juli 2016 bevestigd dat het kan lonen om een arbodienst aansprakelijk te houden voor onjuiste of te late begeleiding (ECLI:NL:GHDHA:2016:2231).

Wat was er aan de hand?

De werkgever, een exploitant van een horecafaciliteit, schakelde Focus Arbeidsmarktadvies (een register-arbeidsdeskundige) in om de re-integratie van een van haar werkneemster te begeleiden die was uitgevallen wegens rugklachten. Na het doorlopen van de wachttijd van 104 weken legde het UWV de werkgever een loonsanctie op omdat de werkgever naar het oordeel van het UWV de re-integratie in het tweede spoor niet of niet adequaat heeft aangepakt. Het door de werkgever tegen de opgelegde loonsanctie ingestelde bezwaar bij het UWV en beroep bij de rechtbank werden afgewezen. De werkgever stelde vervolgens Focus Arbeidsmarktadvies aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg van de opgelegde loonsanctie heeft geleden.

Oordeel: arbeidsdeskundige moet schade loonsanctie vergoeden

Het Hof oordeelt dat van Focus Arbeidsmarktadvies als redelijk handelend en redelijk bekwaam register-arbeidsdeskundige mocht worden verwacht dat hij de werkgever op basis van het door de bedrijfsarts gegeven advies zou adviseren om tot het inzetten van het tweede spoor over te gaan. Als register-arbeidsdeskundige moet Focus Arbeidsmarktadvies op de hoogte zijn geweest van het belang van de adviezen van de bedrijfsarts en van de consequenties die – gelet op de door de wetgever gestelde eisen – aan het niet-opvolgen daarvan verbonden kunnen zijn voor de werkgever.

Het Hof oordeelt verder dat Focus Arbeidsmarktadvies er niet gerechtvaardigd van uit mocht gaan dat de werkgever zelfstandig dat belang en de betekenis van re-integratie in het tweede spoor zou onderkennen. Daarvoor had de werkgever juist Focus Arbeidsmarktadvies in de arm genomen. Focus Arbeidsmarktadvies is naar het oordeel van het Hof ten aanzien van het inzetten van het tweede spoor tekortgeschoten en is om die reden aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende loonschade aan de zijde van de werkgever (bijna € 30.000 aan loon gedurende het derde ziektejaar). Focus Arbeidsmarktadvies werd daarnaast veroordeeld om de helft van de advocaatkosten van de werkgever te betalen die zijn gemaakt voor het doorlopen van de bezwaar- en beroepsprocedure.

Voorkomen van een loonsanctie is beter dan genezen

Hoewel in sommige gevallen de kosten van een opgelegde loonsanctie op de arbodienst verhaald kunnen worden, is het nog altijd beter om niet in een dergelijke situatie verstrikt te raken. Indien er twijfels bestaan over de re-integratie van een werknemer, raden wij aan om na het eerste ziektejaar en uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de wachttijd een deskundigenoordeel te vragen aan het UWV. Als uit het deskundigenoordeel blijkt dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende zijn, dan kan dat nog tijdig gerepareerd worden. Als de re-integratie inspanningen voldoende worden beoordeeld, dan kan het UWV daar later niet zomaar op terug komen. Op die manier kan een loonsanctie wellicht worden voorkomen.

Mocht er toch een loonsanctie worden opgelegd, dan raden we aan om naast de eventuele aansprakelijkheidstelling van de arbodienst in ieder geval bezwaar (en eventueel beroep) in te stellen tegen de opgelegde loonsanctie. Daarnaast dient de re-integratie zo spoedig mogelijk voortgezet te worden om de duur van de loonsanctie – en daarmee de schade – te beperken. Het UWV kan vervolgens worden verzocht om de loonsanctie te bekorten.

Share This