Met de Wet werk en zekerheid, inmiddels al enige tijd in werking, is een gesloten stelsel van ontslaggronden geïntroduceerd. Eén van die ontslaggronden is het verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, de zgn. ‘e-grond’. Die ontslaggrond blijkt tot nu toe veelvuldig ten grondslag te worden gelegd aan een verzoek tot ontbinding. De uitkomst van deze procedures is vaak voor werkgever en werknemer zeer relevant.

Hoe gaan rechters met deze ontslaggrond om? Welke rol speelt de parlementaire geschiedenis bij de beoordeling van het ontslag? In het tijdschrift ArbeidsRecht analyseren Erika Wies en Marije Schneider de uitspraken die zijn gedaan over de ‘e-grond’.

Rechterlijke uitspraken over de e-grond kunnen belangrijke gevolgen hebben voor werkgevers en werknemers: wel of niet ontbinding (en tegen welke datum) en wel of niet een transitievergoeding? Ook kan de kwalificatie ‘verwijtbaar’ of ‘ernstig verwijtbaar’ van invloed zijn op eventuele aanspraken op een WW-uitkering. In dit artikel gaan Erika en Marije in op het verschil tussen verwijtbaar en ernstig verwijtbaar handelen, het luizengaatje en de invloed van persoonlijke omstandigheden en invloed van eerdere waarschuwingen op beoordeling van de mate van verwijtbaar handelen.

Bron: ‘Verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (‘e-grond’): een analyse van de rechtspraak onder de WWZ’, E. Wies en M.A. Schneider, ArbeidsRecht, 2016-28

Het onderwerp ‘verwijtbaar handelen’ is eerder aan de orde geweest een aantal blogberichten op Blogarbeidsrecht.nl, zie bijv. ‘Het ‘luizengaatje’: wie past er door?’ – 17 juni 2016.

Share This