Een ambtenaar is werkzaam als ICT-beheerder bij de gemeente Breda. Zijn functioneren wordt beoordeeld en hij krijgt het eindresultaat ‘slecht’. De ambtenaar is het met die kwalificatie niet eens en gaat tegen de beoordeling in bezwaar en vervolgens in beroep. Hij vindt dat degene die hem heeft beoordeeld niet objectief was. Ook voert de ambtenaar aan dat hij niet alle gespreksverslagen heeft ondertekend. Hij vindt dat deze daarom niet bij de beoordeling hadden mogen worden betrokken. Krijgt hij gelijk?

Nee, de ambtenaar krijgt geen gelijk. De Centrale Raad van Beroep laat het besluit waarbij de beoordeling is vastgesteld, in stand.

De Raad oordeelt dat het feit dat de ambtenaar niet alle gespreksverslagen heeft ondertekend, niet maakt dat de gesprekken niet hebben plaatsgevonden of dat de verslaglegging onjuist is. De manier waarop de beoordeling tot stand is gekomen en het feit dat ook aandacht is besteed aan positieve aspecten van het functioneren, maken het niet aannemelijk dat de beoordelaar niet objectief was. Uit de beoordeling komt overtuigend naar voren dat het functioneren van de ambtenaar op onderdelen als onvoldoende was aan te merken en een negatief effect had op de resultaten en het functioneren van het team waarin hij werkzaam was.

Toetsingskader beoordeling

Volgens vaste rechtspraak (zie bijv. CRvB 13 maart 2014) is de toetsing van de inhoud van een beoordeling beperkt tot de beantwoording van de vraag of gezegd moet worden dat die beoordeling op onvoldoende gronden berust. Maar wat houdt dit in?

Het betekent dat er sprake is van een terughoudende toetsing. Oók als niet alles wat in de beoordeling is opgeschreven helemaal juist is, betekent dat niet dat een bezwaar tegen de beoordeling succes zal hebben. Het gaat erom of het totale beeld juist is en dat totale beeld de negatieve beoordeling kan dragen. Een ambtenaar zal gelet op dit toetsingskader dus niet snel succes hebben met zijn bezwaar tegen een negatieve beoordeling.

Negatieve beoordeling

Bij negatieve beoordeling moet het betrokken bestuursorgaan met concrete feiten onderbouwen dat dat oordeel niet op onvoldoende gronden berust. Als vrijwel iedere verwijzing naar concrete gebeurtenissen ontbreekt, kan de beoordeling geen stand houden.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Centrale Raad van 6 november 2014. In deze zaak werd een negatieve beoordeling gegeven die uitsluitend werd onderbouwd door een negatieve visie van de leidinggevende van de ambtenaar. De Raad oordeelde dat waar deze visie leidde tot een negatieve beoordeling, een concrete onderbouwing met verwijzing naar gebeurtenissen had moeten worden gegeven. Nu dat was nagelaten, hield de beoordeling geen stand. Datzelfde oordeel werd uitgesproken in een zaak (CRvB 4 juni 2015) waarin de negatieve beoordelingen wel waren onderbouwd, maar de ambtenaar deze “op onderbouwde en niet ongeloofwaardige wijze” had weerlegd. Er waren ook geen onderliggende stukken (e-mails, verslagen, planningsafspraken, etc) beschikbaar waarmee het bestuursorgaan de negatieve oordelen nader kon onderbouwen. Ook in dat geval hield de negatieve beoordeling geen stand.

Positieve beoordeling: omgekeerde bewijslast

Bij positieve oordelen is de bewijslast omgekeerd: in dat geval moet de ambtenaar aantonen dat de scores op onvoldoende gronden berusten en eigenlijk hoger hadden moeten zijn. Het komt wel eens voor dat een ambtenaar tegen een positieve beoordeling bezwaar maakt, bijvoorbeeld als bepaalde beoordelingsscores moeten worden gehaald voordat een ambtenaar kan door stromen naar een hogere functie (zie bijvoorbeeld CRvB 3 september 2015  en CRvB 30 juli 2015). In dat geval is het niet het bestuursorgaan, maar de ambtenaar zelf die met concrete feiten aannemelijk moet maken dat de beoordeling onjuist is.

Tip voor werkgevers

Onderbouw een negatieve beoordeling met concrete feiten en gebeurtenissen. Zorg ervoor dat je beschikt over documenten waarmee een negatief oordeel kan worden ondersteund.

Bron: Centrale Raad van Beroep 22 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3672

Share This