Een (ambtelijk) werkgever kan aansprakelijk worden gesteld voor psychische schade van zijn werknemer. De Centrale Raad van Beroep heeft hier recent een uitspraak over gedaan en zijn vuistregel weer bevestigd. Hoe luidt die vuistregel ook alweer? Wanneer komt psychisch letsel van een ambtenaar voor vergoeding in aanmerking?

De norm: werkgeversaansprakelijkheid bij psychisch letsel

Sinds ruim 15 jaar sluit de Centrale Raad van Beroep ten aanzien van aansprakelijkheid voor arbeidsongeschiktheid van ambtenaren aan bij de civielrechtelijke norm zoals opgenomen in artikel 7:658 BW (Zie bijv. CRvB 22 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AB0072). Op grond van die norm valt ook psychisch letsel onder de zorgplicht van de werkgever. Er zijn echter nog steeds verschillen tussen de civielrechtelijke en de ambtenaarrechtelijke werkgeversaansprakelijkheid. De Centrale Raad heeft in het ambtenarenrecht namelijk een aanvullende eis ontwikkeld ten aanzien van de aansprakelijkheid voor psychische schade (Zie bijv. CRvB 24 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7194): deze eis houdt in dat aansprakelijkheid voor psychische schade pas wordt aangenomen als in meerdere mate sprake is van factoren die in verhouding tot het werk of die werkomstandigheden – objectief bezien – een buitensporig karakter dragen.

Wat was hier aan de hand?

De toepassing van deze eis kwam onlangs weer aan de orde in een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarbij ging het om een ambtenaar die vanaf 1 oktober 1982 in dienst was bij de politie. De ambtenaar werd er door een verdachte van beschuldigd dat hij diens duim had gebroken, toen hij de verdachte samen met een collega naar het politiebureau overbracht.  Volgens de politieambtenaar volstrekt onwaar. Hij heeft dan ook op zijn beurt een aangifte ingediend tegen de verdachte vanwege het opzettelijk doen van valse aangifte en smaad. De aangiften worden overgedragen aan het Openbaar Ministerie, alwaar besloten wordt de aangiften niet verder in behandeling te nemen.

De ambtenaar heeft zich vanwege deze gang van zaken ziekgemeld. Hij heeft zijn werkgever verzocht om deze ziekmelding aan te merken als beroepsziekte of dienstongeval. De korpschef heeft dit verzoek afgewezen en heeft daarbij te kennen gegeven dat hij van mening is dat in het geval van deze politieambtenaar geen sprake is van een dienstongeval, een beroepsziekte of een beroepsincident. De ambtenaar maakt tegen de afwijzing bezwaar en stelt vervolgens beroep en hoger beroep in.

Het oordeel: de psychische klachten kwalificeren niet als beroepsziekte

De Centrale Raad geeft de werkgever van de ambtenaar, de korpschef, gelijk. De Raad overweegt in lijn met zijn vaste rechtspraak dat “voor de beoordeling van aansprakelijkheid de in het werk of de werkomstandigheden gelegen bijzondere factoren, die de arbeidsongeschiktheid zouden hebben veroorzaakt, moeten worden geobjectiveerd”. Naarmate de ziekte meer van psychische aard is, moet er meer sprake zijn van factoren die in verhouding tot dat werk of die werkomstandigheden – objectief bezien – een buitensporig karakter dragen, aldus de Raad.

De toepassing van deze maatstaf is in het geval van deze politieambtenaar, geen goed nieuws. De Raad is van oordeel dat in de onderhavige gang van zaken geen buitensporigheid is gelegen, omdat het gaat om een incident van relatief gering gewicht, waartegen politieambtenaren moeten en zullen zijn opgewassen. De korpschef heeft volgens de Raad terecht geoordeeld dat de ziekte van de ambtenaar niet als beroepsziekte is te beschouwen.

Vuistregel bij aansprakelijkheid wegens psychische klachten

Van aansprakelijkheid van de werkgever is dus niet in alle gevallen van psychische klachten sprake. Een handige vuistregel voor het beoordelen is de volgende: het moet gaan om situaties waardoor iedere willekeurige werknemer ernstige psychische klachten zou kunnen ontwikkelen (zie CRvB 23 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX1651, TAR 2006/90). Er hoeft dus geen rekening te worden gehouden met een meer dan gemiddelde, individuele gevoeligheid van de ambtenaar voor bepaalde werkomstandigheden.

Dit uitgangspunt zie je ook terug in deze zaak. De ambtenaar stelt psychische klachten te hebben gekregen vanwege kort gezegd een valse aangifte. Hij had daar tegen opgewassen moeten zijn. Dat hij dat niet was, is vervelend, maar geen reden om aansprakelijkheid van zijn werkgever aan te nemen. Van een beroepsziekte is geen sprake.

Share This